Dirk Holemans

Dirk Holemans

Grondgenoten. Een voedselrevolutie van boeren en burgers

 

 

Tijdens de zoveelste hittegolf van 2026 lees ik op 25 juli in The Guardian een artikel (‘Nutrition in our crops is declining. Does the answer lie in the soil?’) over de kwaliteit van ons voedsel. Correcter uitgedrukt: over de dalende kwaliteit. Wetenschappelijk onderzoek bevestigt dat het mineralen- en vitaminegehalte in groenten en fruit in vergelijking met dertig jaar geleden een derde tot de helft lager ligt, waarbij bodemverarming een belangrijke rol speelt. De oplossing ligt voor de hand: zorg voor een gezonde, levende grond vol organisch materiaal, die een gezonde oogst oplevert. Ziek, uitgeput akkerland levert minderwaardig voedsel en draagt uiteindelijk ook bij tot zieke, uitgeputte mensen.

 

Tijdens het lezen herinner ik me een rapport van de Hoge Gezondheidsraad over beschavingsziektes: obesitas, diabetes, cardiovasculaire aandoeningen, bepaalde kankers, een reeks vrouwelijke en mannelijke voortplantingsstoornissen, neurologische ontwikkelings- en cognitiestoornissen en immuungerelateerde ziekten. Zoals het hoort voor een wetenschappelijk document is het rapport van de Hoge Raad genuanceerd, maar de conclusie is overduidelijk: ‘Er is overweldigend bewijs dat verontreinigende stoffen, door de mens gemaakte chemische stoffen en fysische factoren die verband houden met de huidige levensstijl en de huidige milieuomstandigheden belangrijke oorzakelijke factoren zijn voor verschillende beschavingsziekten.’ Wat bio-ingenieur Dirk Holemans uiteenzet in Grondgenoten sluit daar naadloos bij aan. Het boek bestaat uit twee delen met daartussen een ruim intermezzo.

 

 

‘Van vervreemding en uitbuiting naar verbinding en herstel’

 

De voorbije pakweg vijfhonderd jaar is het Westen geëvolueerd naar een ‘machinedenken’: dieren en planten zijn machines – gecompliceerde machines, dat wel – maar mechanisch te begrijpen en vooral te gebruiken. Wetenschappelijke vooruitgang legde het accent op het bestuderen en categoriseren van afzonderlijke stoffen en processen. Het grotere plaatje werd nauwelijks onderzocht, bovendien stond de mens in deze visie buiten en boven het geheel dat hij naar eigen willekeur mocht gebruiken. Technologische ontwikkelingen maakten een versnelling en een uitbreiding van dat gebruik mogelijk, waardoor dat gebruik zich al snel over alle domeinen van het leven uitbreidde. Vandaag zien we hoezeer dit op uitbuiting neerkwam en nog steeds neerkomt, ook van mensen. ‘Onze’ boeren verdwenen, omdat multinationals de landbouw van weleer omvormden tot een agro-industrie waarin schaalvergroting centraal stond.

 

De voorbije decennia kwam binnen verschillende wetenschappen steeds meer aandacht voor samenhang en samenwerking, met vrouwelijke onderzoekers als Lynn Margulis en Suzanne Simard als belangrijke pioniers. Lynn Margulis (een biologe) toonde aan hoe samenwerking tussen verschillende levensvormen een even belangrijke motor van de evolutie is als concurrentie. Suzanne Simard (een bosecologe) ontdekte hoe ondergrondse schimmelnetwerken verbindingen leggen tussen bomen en struiken, en borg staan voor een organisch samenleven. Beide werden door hun collega’s uitgelachen, vandaag weten we dat ze gelijk hebben. Zij en anderen gaven een belangrijke aanzet tot een denken in termen van verbinding (geen enkel organisme staat op zichzelf) en herstel (noodzakelijk door de jarenlange uitbuiting van de natuur).

 

De noodzaak van zo’n herstel is de voorbije maanden alleen maar voelbaarder geworden. Een ander voedselsysteem is daarin zonder meer een centraal gegeven. Op de achtergrond, maar minstens even belangrijk, is de noodzaak aan een nieuw mens- en wereldbeeld, gebaseerd op de wetenschappelijke ontwikkelingen van de voorbije decennia.

 

 

Tussendeel: ‘Het systeem doen kantelen’

 

Een bestaand systeem doet er alles aan om zichzelf in stand te houden; een kanteling verloopt zowel schoksgewijs als geleidelijk. Holemans verwijst heel terecht naar Karl Polanyi en diens boek The Great Transformation uit 1944. Toen al stelde hij vast dat de economie niet langer ten dienste van de samenleving functioneerde. De ‘grote transformatie’ bestond erin dat steeds meer domeinen van die samenleving — onderwijs, zorg, onderzoek — ondergeschikt werden aan de markt. Traditioneel werd een democratische samenleving georganiseerd op basis van een klassieke, drieledige structuur: overheid, markt en burgers, ofwel het middenveld. Door die transformatie is dat evenwicht al geruime tijd zoek.

 

Polanyi beschrijft de volgens hem onvermijdelijke sociale reactie tegen een dergelijke dominantie, die zich steevast in twee versies manifesteert. Of een ‘eigen volk eerst’, met fascisme en autoritaire regimes als resultaat; of een emancipatorische beweging op basis van democratische besluitvorming. De vorige eeuw heeft ons beide reacties getoond: nazi-Duitsland met het fascisme aan de ene kant, de sociaaldemocratie met de verzorgingsstaat aan de andere kant. Vandaag zien we eigentijdse versies van beide.

 

Een bekend hedendaags voorbeeld van de ‘eigen volk eerst’ aanpak is de BoerenBurgerBeweging in Nederland. Achter haar ogenschijnlijk spontane opkomst bleek een zorgvuldig opgezet marketingprogramma te schuilen, ontworpen door een communicatiebureau in opdracht van de agro-industrie, met als belangrijkste bedoeling maatregelen terug te draaien die deze industrie aan banden zouden leggen. Dit is de zoveelste illustratie hoe een financiële elite de overtuiging van mensen aanstuurt, ook als die overtuigingen regelrecht tegen hun belangen ingaan.

 

Lijnrecht daartegenover vinden we een sterke, emancipatorische tegenbeweging. Lokale, vaak coöperatieve organisaties houden wel rekening met de wetenschappelijke bevindingen (hoe houden we de grond en dus onszelf gezond?) én met democratische principes (hoe kunnen we opnieuw zeggenschap en gelijkwaardigheid waarmaken?). Een van de verdiensten van Holemans is dat hij deze groeperingen zichtbaar maakt. Zij maken deel uit van een systeemverandering, wat mooi aansluit bij het systeemdenken van Donella Meadows. De vele, ogenschijnlijk gunstige veranderingen die al geruime tijd bezig zijn (selectieve ophaling van afval, om maar een voorbeeld te noemen) volstaan niet.

 

Meadows toonde aan dat een systeem slechts verandert als het paradigma verandert, met andere doelstellingen en organisatievormen. Het doel van het huidige systeem blijft groei; de organisatievorm is anoniem top-down en verloopt langs aandeelhoudersvergaderingen. De organisaties die Holemans bespreekt, hebben duurzaamheid als doel en vermijden de verwarring tussen winst en groei; hun organisatievorm is democratisch, met overleg tussen markt (de producenten) en burgers. De derde eerdergenoemde pijler, de overheid (naast markt en burgers), ontbreekt nog te vaak of steekt zelfs stokken in de wielen door voorrang te geven aan de agro-industrie. Een systeemverandering zal van onderuit moeten komen, door initiatieven die elkaar aanvullen en versterken, en zo ook het politieke bewustzijn vergroten.

 

 

Deel twee: ‘Op weg naar de voedselrevolutie’

 

De huidige landbouw is in een doodlopend straatje beland: kunstmest en pesticiden geven grotere opbrengsten van mooi ogende, maar minderwaardige producten; het bodemleven sterft af, de erosie neemt toe, met als gevolg dat er nog meer kunstmest en pesticiden nodig worden, enzovoorts. Een dergelijke landbouw vernietigt het ecosysteem waar ze deel van uitmaakt, en vernietigt bijgevolg zichzelf. Een voedselrevolutie is inderdaad revolutionair omdat de landbouw die daarbij hoort de radicaal tegenovergestelde richting uitgaat: een bodem zo levendig mogelijk houden, als onderdeel van een levend ecosysteem.

 

De noodzaak van een dergelijke ommekeer is meetbaar. Producten uit de agro-industrie zijn even arm als de grond waarop ze geteeld worden. Wetenschappelijk onderzoek van het voorbije decennium toont hoe dergelijke voeding in sterke mate bijdraagt tot tekorten aan noodzakelijke vitamines en sporenelementen (Holemans citeert een onderzoek waaruit blijkt dat agro-industriële tomaten 72 % minder vitamine C, 63 % minder calcium, 29 % minder magnesium bevaten dan twee generaties geleden). Veel mensen slikken dagelijks supplementen die bij een volwaardig, gezond voedingspatroon overbodig zouden zijn. Producten uit ecologische landbouw zijn rijker, diverser en daarom gezonder.

 

De negatieve gezondheidseffecten worden nog veel groter wanneer ook het verlengstuk van de agro-industrie in beeld komt: Big Food. Minderwaardige producten worden verwerkt tot wat Holemans ‘fabriekseten’ noemt. Verse groenten en fruit in de supermarkt bevatten minder vitamines en mineralen, net zoals alle agroproducten. Wanneer dergelijke grondstoffen vervolgens industrieel worden verwerkt tot kant-en-klaarproducten, belanden we bij ultrabewerkte voeding. Dat deze voeding bijdraagt tot beschavingsziektes staat ondertussen wetenschappelijk vast. Bovendien is het junkfood: onderzoek toont het verslavende karakter, en dat is geen toeval. Op basis van doelgericht onderzoek gaat de voedingsindustrie haar producten zo samenstellen dat de consumptie gestimuleerd wordt.

 

Zorg voor de aarde is zorg voor de mens, en daarom moeten boeren en burgers opnieuw het voedselsysteem in handen nemen. Een treffend voorbeeld van hoe het anders kan, is de Luikse Voedselgordel, die in 2013 ontstond uit een lokaal transitienetwerk. Wat begon als een initiatief van geëngageerde burgers groeide uit tot een regionaal netwerk van boeren, producenten, consumenten en organisaties, met als ambitie de korte keten uit te bouwen en de streek op termijn veel meer in haar eigen voedsel te laten voorzien.

 

Cruciaal daarbij is de samenwerking: producenten organiseren zich, zoeken afzetmarkten bij burgers, scholen en zorginstellingen en bouwen zo opnieuw een band op tussen landbouw en lokale gemeenschap. Ook de overheid kan daarin een belangrijke rol spelen. In Luik kwam er een voedselraad met vertegenwoordigers uit tientallen gemeenten, stelde de stad infrastructuur ter beschikking en werd ondersteuning geboden voor logistiek, communicatie en verkoop. Zo laat de Luikse Voedselgordel zien hoe een kleinschalig burgerinitiatief, wanneer het zich regionaal organiseert en publieke steun krijgt, kan uitgroeien tot een alternatief economisch en sociaal netwerk dat boeren meer autonomie geeft en voedselproductie opnieuw dichter bij burgers brengt.

 

 

De wetenschapper als Cassandra

 

Cassandra is een figuur uit de klassieke Griekse wereld die van Apollo een gave én een straf kreeg: ze kon de toekomst perfect voorspellen, maar niemand luisterde naar haar. De klimaatwetenschappers bevinden zich al meerdere decennia in dezelfde positie, de voorbije jaren hebben biologen en medici zich bij hen gevoegd. Herhaaldelijk krijgen we van overheidsinstanties te horen dat maatregelen om de klimaatontwrichting tegen te gaan, te duur zouden zijn. Deze kortzichtige visie zal ons binnenkort heel veel geld kosten. Dat geldt evenzeer voor ultrabewerkte voeding. Holemans verwijst naar een onderzoek van Sciensano: overgewicht en obesitas kosten onze samenleving jaarlijks minstens drie miljard euro. De huidige en komende regeringen leggen de bevolking drastische besparingsmaatregelen op, maar vergeten een voor de hand liggende aanpak. Investeren in gezonde voeding en het terugdringen van de ziekmakende varianten is dan niet alleen gezondheidsbeleid, maar ook economisch beleid.

 

Dat we naar een andere samenleving evolueren, is duidelijk. Grondgenoten is hierin heel overtuigend – de enige kritiek die ik op het boek heb, is dat het drie boeken voor de prijs van één bevat en dus om een aandachtige lectuur vraagt. Wat de toekomst zal brengen, weet niemand. Bij wijze van uitsmijter geef ik kort mijn mening daarover.

 

 

Brood en spelen

 

De geschiedenis leert dat sociale opstanden vaak het gevolg zijn van voedseltekort. Het antieke Rome bedacht daar een oplossing voor, samengevat in het bekende ‘brood en spelen’. Lage voedselprijzen en goedkope wijn hielden het plebs rustig, samen met platvloers amusement in de arena’s. Wij hebben het ‘brood en spelen’ vervangen door fast food en internet. Op politiek vlak gaat het al geruime tijd niet meer over de klassieke ideologische tegenstelling tussen liberalen, katholieken en socialisten. Wel over de breuklijn tussen wie vasthoudt aan het laatkapitalistische wereldbeeld en wie een wetenschappelijk ondersteunde visie wil combineren met verbondenheid, zorg en duurzaamheid.

 

Tot nader order is het de eerste groep die het huidige politieke bestel aanstuurt.  Dat de kloof met de burger breder wordt, blijkt bij elke verkiezing. Of de Franse koningin Marie Antoinette in de aanloop naar de Franse revolutie gezegd zou hebben dat het volk bij gebrek aan brood dan maar brioche moest eten, is onduidelijk; over een hedendaagse variant bestaat er geen twijfel. Tijdens de hittegolf van 2026 deed minister Theo Francken deze uitspraak: ‘Geniet van het prachtig weer. En leef! Straks foto’s van zwembad, frisse Stella en barbecue.’ In het licht van de dramatische oversterfte tijdens die periode is dat ‘leef’ wel heel erg cynisch.

 

De normale democratische besluitvorming is het grote slachtoffer. Dat wist Polanyi al. Holemans wijst terecht op het belang van burgerparticipatie. Zelf ben ik een voorstander van deliberatieve democratie, als een hedendaagse vorm van wat vroeger het middenveld werd genoemd. De klok tikt, crisissen stapelen zich op (onderwijs, zorg, huisvesting, economie, geboortecijfers, klimaat). De geschiedenis leert dat opeengestapelde crisissen vroeg of laat tot ingrijpende politieke veranderingen leiden. Grondgenoten laat zien dat een democratisch alternatief niet alleen denkbaar is, maar op tal van plaatsen al van onderuit vorm krijgt.

 

Dirk Holemans (2025)
Grondgenoten. Een voedselrevolutie van boeren en burgers.
Berchem: EPO, 255 pagina’s
ISBN 978 94 6267 564 3