Rebecca Solnit
Het begin volgt op het einde. Over een veranderende wereld.
Al geruime tijd worden we overspoeld door boeken over onze toekomst. Techno-optimisten bezweren ons hoe we met AI en nieuwe technologieën alle huidige problemen zullen oplossen (als dat niet lukt, vliegen we wel naar Mars). Wetenschappers luiden de alarmbel en manen ons aan om zo snel mogelijk een radicale systeemverandering door te voeren om de klimaatontwrichting af te remmen en haar gevolgen te beperken. Af en toe verschijnt er ook een hoopvol boek dat een betere toekomst belooft op basis van een nieuw soort economie en een bijbehorend maatschappelijk beleid. De hamvraag – hoe we de machtshebbers daartoe kunnen bewegen – krijgt minder aandacht.
Rebecca Solnit is een uitzondering. In haar boeken en essays legt zij het accent op de ingrijpende veranderingen van de voorbije vijftig jaar. Het gekke is dat mijn generatie nauwelijks beseft welke wijzigingen wij meegemaakt hebben. En nee, het gaat niet over technologische innovaties, wel over fundamentele veranderingen in het mens- en wereldbeeld, met concrete gevolgen voor de verhouding tussen mensen onderling en tussen mens en natuur. Solnit legt uit hoe die veranderingen tot stand kwamen en doorprikt daarbij de mythe van de heroïsche vernieuwers: hun optreden wordt mogelijk gemaakt door maatschappelijke ontwikkelingen die al langer aan de gang zijn. Naïef is ze niet: ze erkent de huidige achteruitgang, maar beschouwt die als een transitiefenomeen dat ons het zicht ontneemt op de veranderingen die al hebben plaatsgevonden.
Welke veranderingen?
De meest in het oog springende is de toenemende gelijkwaardigheid tussen mannen en vrouwen. Natuurlijk zijn er nog schrijnende ongelijkheden, maar jongvolwassen vrouwen kunnen zich letterlijk niet voorstellen in welke wereld hun grootmoeders (soms zelfs hun moeders) geleefd hebben: geen stemrecht, nauwelijks toegang tot hogere opleidingen en tal van beroepen, en een wettelijk vastgelegde afhankelijkheid van de echtgenoot. De verandering ging begin vorige eeuw van start, maar de wortels zijn ouder. In het kielzog daarvan kwam er de decriminalisering en depsychiatrisering van homoseksualiteit.
Een vergelijkbaar streven naar gelijkwaardigheid lag aan de basis van de burgerrechtenbeweging in de VS en stuurde het proces van dekolonisatie aan. Dichter bij ons verkruimelden de Oost-Europese regimes op korte tijd; dat Griekenland, Spanje en Portugal niet eens zo lang geleden een dictatuur kenden, zijn we vergeten. Deze veranderingen gebeurden bottom-up en hebben een andere samenleving opgeleverd.
Een vergelijkbare verschuiving vond plaats in onze houding tot de natuur. De hedendaagse milieubeweging vindt haar oorsprong in de jaren zestig en wist met vallen en opstaan nieuwe denkbeelden ingang te doen vinden. De gevolgen zijn heel concreet: vegetarisme is uit de marge getreden, dierenwelzijn is een maatschappelijk en politiek thema geworden en de agro-industrie wordt geconfronteerd met milieu- en klimaatnormen die een halve eeuw geleden ondenkbaar waren. Het voelt niet zo, maar het is wel het geval. De meest recente verandering hebben maar weinig mensen zien aankomen: op nauwelijks twintig jaar zijn zon en wind uitgegroeid tot de goedkoopste bronnen voor nieuwe elektriciteitsproductie.
Al deze veranderingen werden aanvankelijk genegeerd, vervolgens belachelijk gemaakt, daarna met wapenstok en waterkanon (of erger) bestreden. En toch zijn die veranderingen er gekomen. Vandaag zijn veel van die verworvenheden zo vanzelfsprekend dat we nauwelijks nog beseffen hoe ingrijpend ze zijn, laat staan hoe ze tot stand kwamen. Ze werden bevochten door mensen die vanuit hun hoop op een betere wereld hun gedrag veranderden en actie ondernamen, zonder enige zekerheid over de afloop. Verandering is onvermijdelijk, vooruitgang niet. De geschiedenis leert ons dat het goede niet altijd overwint, wel dat wat vandaag onveranderlijk lijkt, morgen radicaal anders kan zijn.
De oude wereld sterft, de monsters verschijnen.
Toen Roek Lips een paar jaar geleden een stamceltransplantatie onderging, beschreef hij me hoe een rups een vlinder wordt. Een rups vreet zich te pletter om een energievoorraad aan te leggen die nodig is voor de transitie. Tijdens de verpopping verandert het beestje grotendeels in een slijmerige brij waaruit iets nieuws ontstaat, aangestuurd door wat biologen imaginale cellen noemen. Het resultaat is een vlinder, een organisme dat nauwelijks lijkt op wat eraan voorafging. Rebecca Solnit gebruikt dezelfde metafoor voor wat wij meemaken. Ze verwijst naar een bekende uitspraak van Antonio Gramsci, ik parafraseer even: de oude wereld is stervende, de nieuwe laat op zich wachten, in de schemering verrijzen de monsters.
Daar zijn de voorbije twintig jaar meer dan voldoende voorbeelden van, met als gevolg dat veel mensen overtuigd raken dat de wereld vergeven is van vrouwenhaat, autoritarisme, meedogenloos hyperkapitalisme en klimaatontkenning. We kunnen deze autoritaire tegenbewegingen begrijpen als het verzet van de gevestigde macht tegen veranderingen die haar fundamenten aantasten. We beseffen te weinig dat het merendeel onder ons een andere houding aanneemt, een andere mening toegedaan is en een andere wereld verlangt. Zelfs in de VS erkent een duidelijke meerderheid van de bevolking dat het klimaat verandert, ondanks de prominente aanwezigheid van klimaatontkenners in de politiek.
Vanuit dat perspectief kunnen we de huidige ontwikkelingen begrijpen als de stuiptrekkingen van een stervende oude wereld, met monsters die wild om zich heen slaan. Ze prediken een isolationistische en autoritaire ideologie die haaks staat op het nieuwe mens- en wereldbeeld, en verzetten zich tegen de fundamentele veranderingen die de voorbije decennia vorm hebben gekregen.
Een ander mens- en wereldbeeld
Dat nieuwe wereldbeeld vindt zijn oorsprong in sociale en politieke bewegingen, maar ook in wetenschappelijke aardverschuivingen. Wetenschappers – opvallend veel vrouwen, onder wie Lynn Margulis, Jane Goodall, Rachel Carson, Elinor Ostrom en Suzanne Simard – hebben op verschillende terreinen duidelijk gemaakt hoe fundamenteel samenwerking en wederzijdse afhankelijkheid zijn. Het vertrouwde beeld van de natuur als een verzameling afzonderlijke organismen die uitsluitend met elkaar concurreren, blijkt fundamenteel onvolledig. Samenwerking is eveneens een fundamentele evolutionaire kracht. De populaire voorstelling van de evolutie als een strijd met de mens – in feite de man – als overwinnaar bovenaan de ladder, was altijd al een misvatting. De natuur is geen hiërarchie van afzonderlijke soorten, wel een geheel van onderling afhankelijke levensprocessen.
Alles is met alles verbonden: ons lichaam bevat ongeveer evenveel microbiële als menselijke cellen; samen vormen ze een holobiont, een geheel van verschillende levensvormen.… Lees verder