Kristien Hens
Denken met microben
Een klein boekje over de kleinste wezens dat je na de lectuur met een ander zelf- en wereldbeeld achterlaat, mooi toch? Kristien Hens, hoogleraar bio-ethiek speelt dat klaar in een essay van nauwelijks zeventig pagina’s, geschreven in een onderhoudende, zelfs speelse toon (het kind dat ze ooit was, kijkend door de microscoop van haar mama, is nog altijd springlevend).
Wetenschap, hoe exact en genuanceerd ook, komt tot ons langs standaardverhalen waarmee we naar de wereld kijken. Denken doen we nauwelijks, na-denken des te meer. Tot voor kort leverde het neodarwinisme – evolutie berust op competitie, meritocratie is au fond een biologisch gegeven – de verklaring voor zo ongeveer alles, met als gevolg dat we er onze maatschappij op afstemden (‘the war for talent’) en onze identiteit aan afmaten (van alfa males tot losers).
Een dominant verhaal verklaart gedrag en kenmerken en suggereert dat dit gedrag en die kenmerken ‘natuurlijk’ zijn, met als impliciete boodschap dat ze ook ‘normaal’ zijn. Dit is een klassieke redeneerfout, met zware gevolgen waar we ons nauwelijks van bewust zijn. De overtuiging dat onze op wetenschap gebaseerde blik neutraal is, klopt voor geen meter. Een wetenschappelijke revolutie is net revolutionair omdat ze een andere blik toelaat, wat na verloop van tijd een ander standaardverhaal oplevert. De huidige revolutie en het op komst zijnde nieuwe verhaal corrigeren de overtuigingen van het vorige op vlak van identiteit, autonomie en onze plaats in het groter geheel. Correctie houdt niet dat het vorige verhaal fout was, wel selectief en beperkt, waardoor we blind waren en grotendeels nog steeds zijn voor alles wat niet in het vorige plaatje past.
Vandaag de dag bevinden we ons in een overgangsperiode naar een nieuw wetenschappelijk paradigma. Tijdens een dergelijke overgang wordt er iets duidelijk dat we na verloop van tijd opnieuw vergeten: dat elk verhaal over de wereld morele implicaties met zich meebrengt. Een vanzelfsprekende kennis heeft volautomatische keuzes tot gevolg; nieuwe kennis verplicht ons om andere keuzes te maken, en maakt ons ervan bewust dat wij altijd al keuzes gemaakt hébben en bijgevolg verantwoordelijk zijn voor de gevolgen.
‘Nieuw’ is relatief, de kerngedachte is ouder: alles hangt met alles samen. Dankzij onderzoek in verschillende takken van de wetenschap begint dit idee stilletjes aan door te dringen in ons denken en zal het straks ook onze keuzes gaan bepalen. De wereld is geen piramidale ordening van afzonderlijke organismen die naast, boven en tegen elkaar aan het werk zijn. Nee, de natuur bestaat uit onderlinge verhoudingen en krachtenvelden; individuele organismen bestaan niet, elk ding is een voorlopig product van die verhoudingen waarin zowel samenwerking als competitie een rol spelen. Autonomie is een illusie, en bovendien nog een gevaarlijke ook, zeker in combinatie met een megalomaan zelfbeeld dat vooral een illustratie van domheid is.
Het onderwerp waarmee Hens het nieuwe paradigma uiteenzet en de morele implicaties illustreert, dwingt tot nederigheid: de microben. Met tal van fascinerende voorbeelden toont ze hoe ook microben onze werkelijkheid bepalen, in verhoudingen waar wederzijdse afhankelijkheid centraal staat. Dit gaat in tegen het nog steeds dominante verhaal gebaseerd op een populistische lezing van Darwin, waarbij de competitie tussen alles wat leeft de mens tot heerser van de natuur zou gemaakt hebben. Eén voorbeeld: het microbioom (de verzameling microben in ons darmstelsel) beïnvloedt onze gezondheid, ons humeur en zelfs onze persoonlijkheid. De helft van de cellen in ons lichaam zijn strikt genomen niet eens menselijk. Zelfs het idee van verwantschap is aan herziening toe: alles wat onder hetzelfde dak leeft leeft (dieren inbegrepen) bezit een vergelijkbaar microbioom.
In de overgang naar een nieuw denkkader kunnen we ons bewust worden van de morele implicaties. Met de woorden van Kristien Hens: “Nadenken over welke verhalen je vertelt en hoe die verhalen de werkelijkheid mede vormgeven, is een fundamenteel onderdeel van de bio-ethiek”. Dat nadenken was altijd al nodig, omdat de mens op basis van technologie de wereld veranderd heeft en zal blijven veranderen, tot voor kort vanuit de overtuiging dat wij nu eenmaal bovenaan de piramide staan. Dat zelfbeeld klopt niet langer, we zijn onderdeel van een groter geheel, alles wat wij doen heeft een impact op dat geheel en dus ook op onszelf. De keuzes die we maken of weigeren te maken, hebben telkens zowel reële als morele implicaties.
In deze tijd van klimaatverandering en biodiversiteitsverlies als gevolg van onze impact, is dat bewust kiezen meer dan ooit nodig. Dit mooie essay legt uit waarom.