Ton Lemaire
Op weg naar het heden. Filosoferen over tijd en leven
Ton Lemaire (°1941) woont en werkt al meer dan drie decennia in de Franse Dordogne, waar hij ecologisch tuiniert, leest en schrijft, met als resultaat meer dan twintig boeken. Het merendeel ervan heb ik gelezen en met plezier. Aan twee ervan wijdde ik een bespreking: Met lichte tred. De wereld van de wandelaar (2020) en Tegen de tijd. Kanttekeningen bij onze wereld (2022). Zijn nieuwste boek is alweer een rustige voltreffer.
Op zijn vierentachtigste kijkt hij achterom, met een blik op onze tijd in combinatie met zelfonderzoek. Gelukkig vervalt hij niet in het euvel van de autobiografie, een genre dat steevast fictie en waarheid vermengt met zelfrechtvaardiging als motief. Je zou Op weg naar het heden een intellectuele biografie kunnen noemen, al klinkt dat wat hoogdravend voor de mens die Lemaire is. Hij vraagt zich af wie of wat hem gevormd heeft, wat meteen het selectieve karakter van het antwoord verklaart. Het gaat over zijn leermeesters, niet over ‘de’ leermeesters. Verwacht evenmin een uiteenzetting over het filosofische gedachtegoed van die leermeesters, wel over de manier hoe zij hem leerden zelf te denken en te kijken. Wie bekend is met Lemaires werk zal niet verwonderd zijn dat Maurice Merleau-Ponty vooropstaat.
Net zoals het boek geen autobiografie is, is het ook geen kritische beschouwing over het politieke, economische en ecologische heden. Dat heeft Lemaire vroeger al gedaan (De val van Prometheus is op dat vlak een aanrader, net zoals Tegen de tijd). Wat het wel biedt, kan ik het best illustreren met het hoofdstuk dat hij aan stillevens wijdt en dat als metafoor voor het hele boek kan dienen. Hij kiest een onderwerp uit – levenslust, de stroom van het leven, het eeuwige ogenblik, optimisme en pessimisme, handen … Hij staat bij zo’n onderwerp stil en schrijft vervolgens zijn observaties en bedenkingen neer. Lemaire is een fenomenoloog, hij merkt dingen op die anderen ontgaan (‘het bekende is niet het gekende’) en beschrijft ze, telkens met de blik gericht op het schone, het ware en het goede.
Je kan de leeservaring het best omschrijven als een langgerekte wandeling doorheen verschillende landschappen, in het gezelschap van iemand die over heel uiteenlopende onderwerpen vertelt, met de meest klassieke filosofische vragen als leidraad: wie ben ik en wat is het goede leven? Het slothoofdstuk is weergaloos goed. Het mag dan over het einde handelen, net daarom gaat het over het leven, het in-het-leven-staan. ‘We zijn altijd op weg naar het heden, proberend om het leven steeds naderbij te komen, iets wat een lange omweg vereist en een grote aandacht.’
Ton Lemaire (2026)
Op weg naar het heden. Filosoferen over tijd en leven.
Amsterdam: Ambo/Anthos, 295 pagina’s
ISBN 978 90 263 7388 6