Griet Vandermassen
Wie is er bang voor sekseverschillen?
Sommige boeken bevestigen je ideeën, andere nodigen je uit om je meningen tegen het licht te houden. Het boek van Griet Vandermassen behoort tot die tweede categorie. Wie de inhoudsopgave leest, weet dat dit geen braaf werk is: van incels tot kindermoord, van Tinder tot transgender, van poppen en zwaarden tot Nobelprijswinnaars in de economie. Het geheel wordt samengehouden door een centrale these: een kind is geen klomp klei die naar believen gekneed kan worden, biologie doet ertoe, ook wanneer het over sekseverschillen gaat.
De ‘klomp klei’-opvatting was eind vorige eeuw algemeen verspreid onder intellectuelen – de seksuele revolutie illustreerde wat ze probeerde te weerleggen: dat gender en seks nooit neutrale onderwerpen zijn. Wat wij daarover denken en schrijven weerspiegelt onze cultuur en onze eigen ervaringen, meestal zonder dat we daarbij stilstaan. In de inleiding expliciteert Vandermassen haar eigen traject: van een oorspronkelijk accent op de overtuiging die gender reduceert tot een product van opvoeding naar een perspectief gebaseerd op onderzoek, in haar geval voornamelijk de evolutionaire psychologie. Vandermassen toont hoe ze op basis daarvan haar oorspronkelijke ideeën bijstelde.
Een essaybundel met ruggengraat
Formeel is het boek een bundeling van herwerkte columns die ze maandelijks in De Standaard publiceerde. Het effect laat zich gevoelen in de leesbaarheid: elk hoofdstuk heeft een duidelijke focus, een prikkelende titel en een stevige pointe. Toch is het niet zomaar een bundeling, de herwerking en thematische opbouw geven het boek een duidelijke ruggengraat.
Stilistisch is het een genoegen om te lezen. Ze schrijft helder en zonder jargon, ze durft stellingen scherp te formuleren en gebruikt vaak ironische wendingen die het betoog lucht geven. De passages over stationsromannetjes versus porno of over de seksuele rariteitenclub zijn tegelijk informatief en lichtvoetig. De lichtvoetigheid is geen synoniem van oppervlakkigheid. De kracht van Vandermassen ligt in haar vermogen om empirisch onderzoek (longitudinale studies, crossculturele analyses, persoonlijkheidsmetingen, arbeidseconomisch onderzoek) te combineren met concrete voorbeelden. Tinder, voetbal, IT-carrières, MeToo en onderwijsdata maken statistische bevindingen herkenbaar, hier en daar zelfs tastbaar.
Haar verdienste is ondermeer het oproepen van vragen die niet altijd voor de hand liggen. Waarom zijn er zo weinig vrouwelijke Harvey Weinsteins? Waarom kiezen meisjes in gendergelijke landen minder vaak voor STEM? Waarom is mannelijk groepsgedrag anders dan vrouwelijk? Waarom verlaten hoogintelligente vrouwen vaker de ratrace? In haar antwoorden houdt ze (gelukkig maar) rekening met maatschappelijk bepaalde structurele ongelijkheden, maar ze plaatst die in een breder kader van gemiddelde sekseverschillen, bijvoorbeeld op vlak van seksuele opwinding, competitiedrang en partnerkeuze. Dat leidt soms tot verrassende conclusies, met als belangrijkste dat meer gelijkheidwaardigheid grotere verschillen zichtbaar kan maken. Dat druist in tegen een wijdverbreide intuïtie – precies daarom is het waardevol dat iemand het zorgvuldig uitwerkt.
Alle voordeel hep zijn nadeel
Een nadeel van de columnvorm is dat complexe kwesties noodgedwongen compact behandeld worden; het genre laat geen diepgravende analyse toe. Vandermassen prikkelt, polariseert, zet aan tot nadenken en nodigt de meer wetenschappelijk georiënteerde lezer uit om zelf verder op zoek te gaan. In een appendix geeft ze de nodige literatuur mee (mijn aanvulling: lees Robert Sapolsky, Behave. Waarom we van nature goed en slecht zijn: een biologische blik).
Een tweede typisch columneffect is het optuigen van een stroman: een foute verklaring of opvatting wordt toegeschreven aan een bepaalde, als homogeen voorgestelde groep die daarna vakkundig neergesabeld wordt. Die verklaringen of opvattingen zijn inderdaad fout, ze unilateraal toeschrijven aan ‘de genderstudies’, ‘het patriarchaat’ of ‘het feminisme’ is te zwart-wit en vaak zelfs gedateerd. Een iets explicietere erkenning van de interne variatie zou het debat sterker maken; ik denk bijvoorbeeld aan een spitse column over het feminisme en de reden waarom de huidige, in een nieuw keurslijf geduwde vrouwen er hun neusje voor ophalen.
Dat iemand zijn mening radicaal herziet op grond van goede argumenten kan ik alleen maar toejuichen, maar vaak gaat dat gepaard met een al te veel overhellen in de andere richting. Het risico bestaat dat wij onze teleurstelling in het ene verklaringsmodel (alles is opvoeding) verwerken door unilateraal over te stappen naar de tegenovergestelde opvatting (alles is biologie). Vermoedelijk zijn we cognitief voorgeprogrammeerd om in of – of termen te redeneren, terwijl de ervaring uitwijst dat en – en meestal dichter bij de realiteit staat. De dans tussen de twee partners is complexer dan één choreografie kan vatten, op de koop toe zijn ze vaak met drie. Ik denk dat we er voor dit onderwerp zelfs een volwaardige vierde aan moeten toevoegen: naast het biologische, het sociale en het individueel-psychologische nu ook het digitale, met de ‘socials’ en AI. Vandermassen erkent gelukkig de complexiteit, maar haar voorkeur is overduidelijk en speelt haar hier en daar parten.
Verademing
Het boek levert een intellectueel prikkelende bijdrage aan een eeuwenoude kwestie die vandaag ontaard is een verhit debat, waar ideologie de plaats ingenomen heeft van de vroegere religieuze moraal. Vandermassen combineert haar eigen blik met wetenschappelijke ambitie, en polemische scherpte met humor en empathie voor beide seksen. De lezer hoeft het niet altijd met haar eens te zijn, maar wordt uitgenodigd om eigen meningen kritisch te bevragen. In deze gepolariseerde tijden is dat een verademing.
Griet Vandermassen (2026)
Wie is er bang voor sekseverschillen?
Antwerpen: Houtekiet, 216 pagina’s
ISBN 9789057209215