Anja Meulenbelt

Anja Meulenbelt

Niet van gisteren. Memoires, maar dan anders.

Ergens begin jaren tachtig heb ik De Schaamte voorbij verslonden, het boek waarmee Anja Meulenbelt Nederland haar kruis toonde, in meerdere betekenissen van het woord. Als jongvolwassene was ik opgegroeid in een omgeving waar discussies over politiek beperkt bleven tot het dorp, en gevormd op het gymnasium waar ik dankzij gedreven leerkrachten het intellect van de klassieken en de schoonheid van de literatuur leerde kennen. De kloof dichten tussen beide is een levenslange opdracht (je blijft een boer bij de intellectuelen en een wijsneus bij de boeren); gelukkig zijn er boeken en mensen die daarbij helpen. Meulenbelt lezen was een belangrijke stap in mijn politieke bewustwording, met politiek in de goede betekenis van het woord: nadenken over de polis, de samenleving dus, over de plaatsen die mensen al dan niet kunnen of mogen innemen, over het geluk te mogen studeren, over de altijd moeilijke liefdesverhoudingen, over het extatische en het tragische van seks. Mijn maatschappelijke bewustwording kreeg nog een flinke duw in de rug door mijn eerste baan in wat tot kort voordien nog een “verbeteringsgesticht” genoemd werd. Vermoedelijk heb ik meer van die pubers geleerd dan zij van mij.

 

Vandaag, vier decennia later lees ik Niet van gisteren, en zit ik voortdurend te knikken, te glimlachen (af en toe wordt dat schaterlachen), pink ik een traan weg en schrijf ik dingen in de kantlijn. Ja, zo’n boek is het. De titel geeft de teneur zeer goed weer, ze blikt terug en denkt vooruit: “In mijn leven als schrijfster, politica en activiste hebben zoveel thema’s een grote rol gespeeld. Ik heb mezelf in de voorbije halve eeuw kunnen betrappen op blinde vlekken, op vergissingen. Er waren ingrijpende kantelmomenten die invloed hadden op wat ik dacht. Het lijkt mij belangrijk voor iedereen die over zichzelf en deze wereld nadenkt om niet alleen te kijken naar het eindresultaat van ons denken, onze conclusies, maar ook naar onze reis daarheen. In een andere dan de traditionele definitie ben ik ook een migrant. Ik ben niet vergeten waar ik vandaan kom.”

Denken in hokjes is na-denken

Op driehonderdtachtig pagina’s verdeeld over eenentwintig hoofdstukken krijg je een heldere, genuanceerde uiteenzetting over haar reis, maar vooral over thema’s die iedereen aanbelangen. Er zit een heldere lijn in: haar ervaringen in het feminisme maakten haar duidelijk hoe beperkt het toenmalige feminisme wel was, hoe de man-vrouw problematiek deel uitmaakt van ruimere onderdrukkingsstrategieën waar combinaties tussen sociale klasse, opleidingsniveau, gender, ouderschap, religie, kleur en leeftijd de toon aangeven. Je beperken tot één ervan werkt niet, bovendien heeft het ruimere plaatje altijd te maken met sociale onrechtvaardigheid. En nee, het is geen zwart-wit verhaal, daarvoor is Meulenbelt veel te intelligent en dus veel te genuanceerd, tot grote ergernis van haar medestanders in zo ongeveer alle groeperingen waar ze deel van uitgemaakt heeft. Dat zijn er heel wat, allemaal van maatschappijkritische signatuur, telkens gefocust op één thema en bijna allemaal blind voor de samenhang met andere thema’s geclaimd door weer andere groepen die vaak zelfs tot vijand werden uitgeroepen.

 

Meulenbelt confronteert ons met wat we niet willen of niet kunnen zien, vroeger niet en vandaag nog veel minder. De eerste feministen die afgaven op het huisvrouwenbestaan stonden nauwelijks stil bij de onderbetaalde poetshulpen. Het huidig ‘directeurenfeminisme’ (een vrouw is geëmancipeerd als ze door het glazen plafond breekt) verwart feminisme met persoonlijke ambitie.  Beide vergeten ze het effect van sociale klasse, en meestal mag je daar nog kleur aan toevoegen ook. Vandaag de dag zijn de onderlinge verbanden zelfs nog onduidelijker, omdat we het onzalige idee gehad hebben om problematische thema’s te reduceren tot ‘identiteiten’: je bent een gay, trans, senior, racist, moslim, hoogopgeleid, vermogend (‘De groep hoogopgeleiden liet van zich horen’), die dan vervolgens door een andere groep geviseerd wordt als oorzaak van zo ongeveer alle problemen en dus als vijand of zondebok. Terwijl identiteit altijd, zonder uitzondering, een gelaagde constructie is en dat geldt zelfs voor gender (“Maar hoe zijn we eigenlijk op het idee gekomen om van onze seksualiteit een identiteit te maken?”).

 

‘De’ hoogopgeleide bestaat niet, zelfs ‘de’ man is geen sluitende categorie. Dat wij voortdurend in hokjes redeneren en kinderen zelfs met ‘stoornissen’ zijn gaan identificeren, heeft te maken met iets wat we veel te weinig in vraag stellen: wie bezit de definitiemacht, dat wil zeggen, welke instanties bepalen voor ons de betekenis die wij aan een groep toekennen? Hoe is dat sluipenderwijs tot stand gekomen, en wie heeft daar baat bij? Eenvoudig voorbeeld: hoe denk jij over moslims, over vreemdelingen, over langdurig zieken, over gays? En waar haal je die denkbeelden? We doen voortdurend aan na-denken; zélf denken is nooit eenvoudig geweest, dat vraagt tijd en inspanning, met als beloning genuanceerdere ideeën en minder vanzelfsprekendheid. Hoe meer je weet, des te meer zal je twijfelen, en dat is altijd een goed vertrekpunt.

Je niest of je niest niet.

Het boek verplicht de lezer de complexe samenhangen op te merken en daarbij stil te staan, wat in deze tijden van polarisatie een verademing is. Dat belet Meulenbelt niet om af en toe een uitgepuurde definitie neer te zetten van een complex gegeven, bijvoorbeeld over het feminisme: “Eerlijk delen en niet slaan”, over het zogenaamde diffuus vrouwelijk orgasme: “Je niest of je niest niet, diffuus is er niet bij”, over weggezet worden als ‘dor hout’: “Zwart zijn gaat niet over, vrouw zijn niet, maar jong zijn wel. Wacht maar”, over antisemitisme (in dit geval een citaat): “Vroeger was je een antisemiet als je niet van joden hield, tegenwoordig ben je een antisemiet als de joden niet van jou houden.”

 

Het belet haar ook niet om af en toe een goed onderbouwde visie uiteen te zetten over bijvoorbeeld opvoeding, waarin ze argumenteert waarom het kerngezin zo ongeveer de slechtst denkbare aanpak is, en een opvoeding in een ruimere omgeving door meerdere mensen betere resultaten geeft, op voorwaarde dat die mensen betrouwbaar zijn en het kind de tijd krijgt om dat te ervaren. De bladzijden die ze wijdt aan ‘single moms’ – bijna een kwart van de hedendaagse huishoudens, zestien procent ervan leeft onder de armoedegrens – behoren tot de meest ontroerende. Je voelt haar kwaadheid wanneer ze het heeft over feministen die huismoeders als niet-geëmancipeerd afvoeren en politici die zorg en opvoeding niet als werken beschouwen.

 

Met een ander even ontroerend hoofdstuk, “Sympathie voor de duivel”, zal ze van veel lezers minder bijval krijgen: hoe ze, na zelf jarenlang mishandeld te zijn door haar eerste man, decennia later ontdekt welke dynamieken bij de daders een rol kunnen spelen (werkloosheid, armoede, gedwongen migratie, een voorgeschiedenis van geweld, hetzij thuis, hetzij in een oorlog). “Begrijpen is niet hetzelfde als excuseren” is de terechte titel van dat hoofdstuk, maar begrijpen verandert wel je oordeel.

Schiet een beetje op, ja?

Haar slothoofdstuk is – hoe kan het ook anders – radicaal. Er zijn groepen die zich verzetten tegen racisme. Groepen die ageren om het geweld tegen vrouwen in te dijken. Actiegroepen voor gezonde voeding. Groepen die aan armoedebestrijding doen. Natuurlijk is er een grote groep actief tegen de klimaatchaos, en zo kunnen we nog even doorgaan. Hoe belangrijk en terecht ook, wat al deze groepen te weinig beseffen is dat die problemen onderling gekoppeld liggen en eenzelfde oorzaak delen: een verregaande onrechtvaardige ongelijkheid, als resultaat van een politiek-economisch bestel dat er wonderwel in slaagt dat nog te verbergen ook. Er is een fiks bewustwordingsproces nodig, gevolgd door een mentaliteitsverandering. Waarna al die groepen één groep kunnen worden en vervolgens hun krachten bundelen voor een gezondere samenleving.

 

 Ik geef haar graag het laatste woord:

“Iedereen voorspelde dat ik als ik ouder zou worden milder zou worden. Vergeet het maar. Ik ben radicaler dan ooit, en erg ongeduldig. Ik wil die betere wereld graag nog meemaken, dus schiet een beetje op, ja?”

 

Anja Meulenbelt (2025)
Niet van gisteren. Memoires, maar dan anders.
Amsterdam: De Bezige Bij, 392 pagina’s
ISBN 978 94 031 35175