<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><?xml-stylesheet type="text/xsl" href="https://boekenblog.paulverhaeghe.com/wp-content/plugins/rss-feed-styles/public/template.xsl"?><rss version="2.0"
	xmlns:content="http://purl.org/rss/1.0/modules/content/"
	xmlns:wfw="http://wellformedweb.org/CommentAPI/"
	xmlns:dc="http://purl.org/dc/elements/1.1/"
	xmlns:atom="http://www.w3.org/2005/Atom"
	xmlns:sy="http://purl.org/rss/1.0/modules/syndication/"
	xmlns:slash="http://purl.org/rss/1.0/modules/slash/"
	xmlns:rssFeedStyles="http://www.lerougeliet.com/ns/rssFeedStyles#"
>

<channel>
	<title>Geen categorie &#8211; Paul Verhaeghe | Boekenblog</title>
	<atom:link href="https://boekenblog.paulverhaeghe.com/category/geen-categorie/feed/" rel="self" type="application/rss+xml" />
	<link>https://boekenblog.paulverhaeghe.com</link>
	<description>Een van de mooiste geschenken is een boek, hetzij omdat het je wakker schudt, hetzij omdat het je helpt inslapen.</description>
	<lastBuildDate>Mon, 07 Aug 2023 17:08:06 +0000</lastBuildDate>
	<language>nl-BE</language>
	<sy:updatePeriod>
	hourly	</sy:updatePeriod>
	<sy:updateFrequency>
	1	</sy:updateFrequency>
	<generator>https://wordpress.org/?v=7.0.2</generator>
<rssFeedStyles:reader name="Digg Reader" url="http://digg.com/reader/search/https%3A%2F%2Fboekenblog.paulverhaeghe.com%2Ffeed%2F"/><rssFeedStyles:reader name="Feedly" url="http://cloud.feedly.com/#subscription%2Ffeed%2Fhttps://boekenblog.paulverhaeghe.com/feed/"/><rssFeedStyles:reader name="Inoreader" url="http://www.inoreader.com/?add_feed=https%3A%2F%2Fboekenblog.paulverhaeghe.com%2Ffeed%2F"/><rssFeedStyles:button name="Like" url="https://www.facebook.com/sharer/sharer.php?u=%url%"/>	<item>
		<title>Geert Buelens</title>
		<link>https://boekenblog.paulverhaeghe.com/geert-buelens/?utm_source=rss&#038;utm_medium=rss&#038;utm_campaign=geert-buelens</link>
		
		<dc:creator><![CDATA[Paul Verhaeghe]]></dc:creator>
		<pubDate>Fri, 04 Mar 2022 11:15:20 +0000</pubDate>
				<category><![CDATA[Boekenblog]]></category>
		<category><![CDATA[Geen categorie]]></category>
		<guid isPermaLink="false">https://boekenblog.paulverhaeghe.com/?p=2739</guid>

					<description><![CDATA[<h1>Geert Buelens</h1>
<h2><em>Wat we toen al wisten. De vergeten groene geschiedenis van 1972</em>.</h2>
<p>Geert Buelens is een Vlaamse intellectueel met een vaste stek in Nederland. Als hoogleraar Nederlandse letterkunde in Utrecht heeft hij naam en faam als cultuurhistoricus, ondermeer met zijn boek <em>De jaren zestig</em>. Cultuurhistoricus betekent ook maatschappijcriticus, zoals duidelijk blijkt uit zijn nieuwste werk. De titel vat de hoofdlijn samen: ongeveer alles wat we tegenwoordig weten over de klimaatchaos en de noodzakelijke maatregelen om het tij te keren, wisten we een halve eeuw geleden ook al, maar we zijn vergeten dat we het wisten.<br />
<br />
 Tijdens het lezen moest ik vaak denken aan Géraldine Schwarz, die in <em>De geheugenlozen. De herinnering als wapen tegen populisme</em> toont hoe wij in Europa nog nauwelijks beseffen op welke manier het fascisme de vorige eeuw voet aan de grond gekregen heeft (zie <a href="https://boekenblog.paulverhaeghe.com/geraldine-schwarz/" rel="noopener" target="_blank">hier</a>) en hoe dit zich tegenwoordig dreigt te herhalen. Net zoals Schwarz legt Buelens haarfijn uit wat er tijdens en na de jaren zeventig gebeurd is, waarom de toenmalige bewustwording verdween en welke conclusies we daaruit kunnen en moeten trekken. De voorbije week werd het tweede deel gepubliceerd van het IPCC-rapport, <a href="https://www.ipcc.ch/report/ar6/wg2/" rel="noopener" target="_blank">het klimaatpanel van de VN</a>, met de zoveelste wetenschappelijke onderbouwing van wat al een halve eeuw bekend is. In mijn krant van 1 maart werd de berichtgeving daarover weggemoffeld naar bladzijde 19 (!) terwijl het frontpaginanieuws zou moeten zijn. En ja, ik besef hoe belangrijk de oorlog in Oekraïne is, maar met verkeerde prioriteiten zal het ons in een zeer nabije toekomst vele malen heter of natter onder de voeten worden.<br />
<br />
Sedert Freud weten we dat vergeten nooit neutraal is, maar deel uitmaakt van onze manier van emotioneel functioneren. Vergeten is een zusje van ontkenning  (‘Wir haben das nicht gewusst’), gebeurt op grond van angst en kan collectief plaatsgrijpen. In het geval van de klimaatontkenning werd het vergeten zorgvuldig georchestreerd door de gecombineerde acties van bepaalde politieke groepen en de industrie, met letterlijk dodelijke gevolgen tot vandaag de dag. Buelens legt dit bloot en toont hoe grote energiebedrijven al heel vroeg weet hadden van de problemen die zijzelf veroorzaakten, op welke schaal ze leugens en bedrog verspreid hebben en hoe ze dat nog steeds doen.<br />
<br />
Eerst nog dit: in weerwil van het onderwerp leest het boek bijzonder aangenaam, zeker voor lezers die de jaren zeventig min of meer bewust meegemaakt hebben. Buelens komt zeer beslagen op het ijs, beschikt over een uitstekende pen en als cultuurhistoricus schildert hij herkenbare beelden, van de toenmalige televisieseries (De Vlaamse jeugdreeks <em>De kat</em>, James Herriots <em>All creatures great and small</em>) tot de spaarpunten die je bij benzinestations kon inruilen tegen ‘geschenken’, beelden die mij telkens een brede glimlach van herkenning bezorgden.<br />
<br />
<strong>Grenzen aan de groei</strong><br />
Met wat we vandaag weten is het ongelooflijk om vast te stellen hoeveel we vijftig jaar terug al wisten. In het jaar 1972 werd <em>Grenzen aan de groei</em> gepubliceerd, het rapport van de club van Rome – hun metingen en bijbehorende voorspellingen zijn grotendeels correct gebleken, behalve dat ze te rooskleurig waren. De impact van het rapport was bij de publicatie veel groter dan wij vandaag beseffen, ook al omdat een aantal milieurampen in de voorafgaande jaren het publiek wakker geschud hadden. In april ‘72 pakten wereldkranten zoals <em>Le Monde</em>, <em>La Stampa</em>, <em>Die Welt</em> en <em>The Times</em> uit met een gezamenlijke milieubijlage van tien pagina’s, waardoor de milieucrisis in Europa hét centrale debat werd.<br />
<br />
Wat we al helemaal vergeten zijn, is dat overheden het rapport aanvankelijk ernstig namen – veel toenmalige politici hadden een natuurwetenschappelijke achtergrond, wat tegenwoordig nog nauwelijks het geval is. Bovendien was de invloed van lobbygroepen stukken kleiner. Zo werd 1972 een sleuteljaar in de Amerikaanse milieubescherming en kregen in Japan een reeks bedrijven strenge straffen opgelegd voor de door hen veroorzaakte milieuverontreiniging.<br />
<br />
De centrale vaststelling van het rapport is vandaag de olifant in de kamer: de oorzaak van onze ecologische moord en zelfmoord ligt in het economische systeem. Groei verloopt niet lineair, wel exponentieel, met als gevolg dat er om de zoveel tijd een verdubbeling gebeurt van een vorige verdubbeling. Een voorbeeld: in 2000 reden er vier keer meer vrachtwagens op onze wegen dan in 1980; in 2020 waren dat er acht keer meer, en straks zijn het er zestien keer meer, met op de achtergrond een zestien maal hogere productie en consumptie; dergelijke toenames zijn een structureel gevolg van een jaarlijkse economische groei van drie procent. De oplossing is nog steeds dezelfde als in 1972; in het kielzog van het rapport vatte het boek <em>A blueprint for survival</em> die oplossing samen in een nieuwe term: de kringloopsamenleving.<br />
<br />
In de publieke aandacht voor het rapport en de daarbij aansluitende beleidsbeslissingen herkent Buelens de tweede faze van een typische evolutie. In een aanvangsperiode was de kennis over het onderwerp slechts bij een kleine groep aanwezig. Vervolgens ontstond er een collectieve bewustwording, ook al als gevolg van een paar spectaculaire milieurampen. Deze tweede faze bood een momentum voor structurele veranderingen, maar helaas werd de kans niet benut. Daarna kwam er een periode van ontmoediging, gevolgd door halfslachtige regelgevingen die de illusie schiepen dat er toch iets gedaan werd. In de wetenschappelijk meetbare werkelijkheid bleef de vervuiling alleen maar toenemen.<br />
<br />
<strong>Hoe sla je een revolutie neer? Door ze zelf te leiden</strong><br />
Dat vervolg met halfslachtige regelgevingen was geen toeval. Tijdens de tweede faze had de bewustwording ook een ander effect: een economisch machtige toplaag besefte dat de oplossingen geld zouden kosten. Hun geld. Nog in hetzelfde jaar 1972 werd de Amerikaanse <em>Business Roundtable </em>opgericht, een economische en financiële lobbygroep die vanaf dat ogenblik doelbewust zowel de overheid als de publieke opinie begon aan te sturen. Aan dergelijke lobbygroepen hebben we minstens twee valse overtuigingen te danken. De eerste is dat we moeten kiezen voor ofwel tewerkstelling en vooruitgang, ofwel stagnatie en armoede. De tweede is dat de teloorgang van het milieu de schuld is van de individuele burger die een te grote ecologische voetdruk zou hebben.<br />
<br />
Beide stellingen zijn niet alleen verkeerd, het zijn bovendien leugens.&#8230; <a href="https://boekenblog.paulverhaeghe.com/geert-buelens/" class="read-more">Lees verder </a></p>]]></description>
										<content:encoded><![CDATA[<h1>Geert Buelens</h1>
<h2><em>Wat we toen al wisten. De vergeten groene geschiedenis van 1972</em>.</h2>
<p>Geert Buelens is een Vlaamse intellectueel met een vaste stek in Nederland. Als hoogleraar Nederlandse letterkunde in Utrecht heeft hij naam en faam als cultuurhistoricus, ondermeer met zijn boek <em>De jaren zestig</em>. Cultuurhistoricus betekent ook maatschappijcriticus, zoals duidelijk blijkt uit zijn nieuwste werk. De titel vat de hoofdlijn samen: ongeveer alles wat we tegenwoordig weten over de klimaatchaos en de noodzakelijke maatregelen om het tij te keren, wisten we een halve eeuw geleden ook al, maar we zijn vergeten dat we het wisten.<br />
<br />
 Tijdens het lezen moest ik vaak denken aan Géraldine Schwarz, die in <em>De geheugenlozen. De herinnering als wapen tegen populisme</em> toont hoe wij in Europa nog nauwelijks beseffen op welke manier het fascisme de vorige eeuw voet aan de grond gekregen heeft (zie <a href="https://boekenblog.paulverhaeghe.com/geraldine-schwarz/" rel="noopener" target="_blank">hier</a>) en hoe dit zich tegenwoordig dreigt te herhalen. Net zoals Schwarz legt Buelens haarfijn uit wat er tijdens en na de jaren zeventig gebeurd is, waarom de toenmalige bewustwording verdween en welke conclusies we daaruit kunnen en moeten trekken. De voorbije week werd het tweede deel gepubliceerd van het IPCC-rapport, <a href="https://www.ipcc.ch/report/ar6/wg2/" rel="noopener" target="_blank">het klimaatpanel van de VN</a>, met de zoveelste wetenschappelijke onderbouwing van wat al een halve eeuw bekend is. In mijn krant van 1 maart werd de berichtgeving daarover weggemoffeld naar bladzijde 19 (!) terwijl het frontpaginanieuws zou moeten zijn. En ja, ik besef hoe belangrijk de oorlog in Oekraïne is, maar met verkeerde prioriteiten zal het ons in een zeer nabije toekomst vele malen heter of natter onder de voeten worden.<br />
<br />
Sedert Freud weten we dat vergeten nooit neutraal is, maar deel uitmaakt van onze manier van emotioneel functioneren. Vergeten is een zusje van ontkenning  (‘Wir haben das nicht gewusst’), gebeurt op grond van angst en kan collectief plaatsgrijpen. In het geval van de klimaatontkenning werd het vergeten zorgvuldig georchestreerd door de gecombineerde acties van bepaalde politieke groepen en de industrie, met letterlijk dodelijke gevolgen tot vandaag de dag. Buelens legt dit bloot en toont hoe grote energiebedrijven al heel vroeg weet hadden van de problemen die zijzelf veroorzaakten, op welke schaal ze leugens en bedrog verspreid hebben en hoe ze dat nog steeds doen.<br />
<br />
Eerst nog dit: in weerwil van het onderwerp leest het boek bijzonder aangenaam, zeker voor lezers die de jaren zeventig min of meer bewust meegemaakt hebben. Buelens komt zeer beslagen op het ijs, beschikt over een uitstekende pen en als cultuurhistoricus schildert hij herkenbare beelden, van de toenmalige televisieseries (De Vlaamse jeugdreeks <em>De kat</em>, James Herriots <em>All creatures great and small</em>) tot de spaarpunten die je bij benzinestations kon inruilen tegen ‘geschenken’, beelden die mij telkens een brede glimlach van herkenning bezorgden.<br />
<br />
<strong>Grenzen aan de groei</strong><br />
Met wat we vandaag weten is het ongelooflijk om vast te stellen hoeveel we vijftig jaar terug al wisten. In het jaar 1972 werd <em>Grenzen aan de groei</em> gepubliceerd, het rapport van de club van Rome – hun metingen en bijbehorende voorspellingen zijn grotendeels correct gebleken, behalve dat ze te rooskleurig waren. De impact van het rapport was bij de publicatie veel groter dan wij vandaag beseffen, ook al omdat een aantal milieurampen in de voorafgaande jaren het publiek wakker geschud hadden. In april ‘72 pakten wereldkranten zoals <em>Le Monde</em>, <em>La Stampa</em>, <em>Die Welt</em> en <em>The Times</em> uit met een gezamenlijke milieubijlage van tien pagina’s, waardoor de milieucrisis in Europa hét centrale debat werd.<br />
<br />
Wat we al helemaal vergeten zijn, is dat overheden het rapport aanvankelijk ernstig namen – veel toenmalige politici hadden een natuurwetenschappelijke achtergrond, wat tegenwoordig nog nauwelijks het geval is. Bovendien was de invloed van lobbygroepen stukken kleiner. Zo werd 1972 een sleuteljaar in de Amerikaanse milieubescherming en kregen in Japan een reeks bedrijven strenge straffen opgelegd voor de door hen veroorzaakte milieuverontreiniging.<br />
<br />
De centrale vaststelling van het rapport is vandaag de olifant in de kamer: de oorzaak van onze ecologische moord en zelfmoord ligt in het economische systeem. Groei verloopt niet lineair, wel exponentieel, met als gevolg dat er om de zoveel tijd een verdubbeling gebeurt van een vorige verdubbeling. Een voorbeeld: in 2000 reden er vier keer meer vrachtwagens op onze wegen dan in 1980; in 2020 waren dat er acht keer meer, en straks zijn het er zestien keer meer, met op de achtergrond een zestien maal hogere productie en consumptie; dergelijke toenames zijn een structureel gevolg van een jaarlijkse economische groei van drie procent. De oplossing is nog steeds dezelfde als in 1972; in het kielzog van het rapport vatte het boek <em>A blueprint for survival</em> die oplossing samen in een nieuwe term: de kringloopsamenleving.<br />
<br />
In de publieke aandacht voor het rapport en de daarbij aansluitende beleidsbeslissingen herkent Buelens de tweede faze van een typische evolutie. In een aanvangsperiode was de kennis over het onderwerp slechts bij een kleine groep aanwezig. Vervolgens ontstond er een collectieve bewustwording, ook al als gevolg van een paar spectaculaire milieurampen. Deze tweede faze bood een momentum voor structurele veranderingen, maar helaas werd de kans niet benut. Daarna kwam er een periode van ontmoediging, gevolgd door halfslachtige regelgevingen die de illusie schiepen dat er toch iets gedaan werd. In de wetenschappelijk meetbare werkelijkheid bleef de vervuiling alleen maar toenemen.<br />
<br />
<strong>Hoe sla je een revolutie neer? Door ze zelf te leiden</strong><br />
Dat vervolg met halfslachtige regelgevingen was geen toeval. Tijdens de tweede faze had de bewustwording ook een ander effect: een economisch machtige toplaag besefte dat de oplossingen geld zouden kosten. Hun geld. Nog in hetzelfde jaar 1972 werd de Amerikaanse <em>Business Roundtable </em>opgericht, een economische en financiële lobbygroep die vanaf dat ogenblik doelbewust zowel de overheid als de publieke opinie begon aan te sturen. Aan dergelijke lobbygroepen hebben we minstens twee valse overtuigingen te danken. De eerste is dat we moeten kiezen voor ofwel tewerkstelling en vooruitgang, ofwel stagnatie en armoede. De tweede is dat de teloorgang van het milieu de schuld is van de individuele burger die een te grote ecologische voetdruk zou hebben.<br />
<br />
Beide stellingen zijn niet alleen verkeerd, het zijn bovendien leugens.&hellip; <a href="https://boekenblog.paulverhaeghe.com/geert-buelens/" class="read-more">Lees verder </a></p>]]></content:encoded>
					
		
		
			</item>
		<item>
		<title>Merlin Sheldrake</title>
		<link>https://boekenblog.paulverhaeghe.com/merlin-sheldrake/?utm_source=rss&#038;utm_medium=rss&#038;utm_campaign=merlin-sheldrake</link>
		
		<dc:creator><![CDATA[Paul Verhaeghe]]></dc:creator>
		<pubDate>Tue, 15 Feb 2022 17:06:48 +0000</pubDate>
				<category><![CDATA[Geen categorie]]></category>
		<guid isPermaLink="false">https://boekenblog.paulverhaeghe.com/?p=2718</guid>

					<description><![CDATA[<h1>Merlin Sheldrake</h1>
<h2><em>Verweven leven. De verborgen wereld van schimmels</em>.</h2>
<p style="text-indent: 0px!important; padding-top: 30px;">Om onduidelijke redenen is dit boek aan mijn aandacht ontsnapt toen de Nederlandse vertaling in 2020 gepubliceerd werd. Onduidelijk omdat het over onderwerpen gaat die mij nauw aan het hart liggen, omdat het boek mooie media-aandacht gekregen heeft én omdat heel veel mensen het al lazen. Vorige maand (januari 2022) kwam er zelfs een zevende druk. Dat is goed nieuws, want het zal ongetwijfeld bijdragen tot een meer dan noodzakelijke mentaliteitswijziging en vervolgens tot een eveneens meer dan noodzakelijke gedragsverandering met betrekking tot ‘de’ natuur. In die zin past het boek in het rijtje van Peter Wohlleben (<em>Het verborgen leven van bomen</em>), <a href="https://boekenblog.paulverhaeghe.com/richard-powers/" target="_blank" rel="noopener">Richard Powers</a> en <a href="https://boekenblog.paulverhaeghe.com/suzanne-simard/" target="_blank" rel="noopener">Suzanne Simard</a>.</p>
<p>&#160;</p>
<p>Een studie over paddestoelen, met als titel <em>Verweven leven</em>, geschreven door een jonge snaak die dan nog Merlin (Merlijn) heet ook? Je kan de beschimmelde geitenwollensokken bijna ruiken. Tot je het boek openslaat en de inhoudstafel nakijkt: zevenenvijftig (57!) pagina’s eindnoten, een bibliografie van achtenveertig (48!) pagina’s gevolgd door een index van zeventien bladzijden. Dit is een wetenschappelijk naslagwerk, met duidelijke bronvermeldingen, met nuanceringen en toelichtingen in noten en met een klassieke zoekindex. Zo zijn er wel meer, zal u denken, en allemaal om ter saaist, voer voor vakidioten. Juist, er zijn slechts weinig wetenschappers die erin slagen een complex onderwerp toegankelijk én meeslepend te beschrijven. Bovendien bieden naslagwerken nagenoeg altijd een terugblik op verworven en vaak achterhaalde kennis, geschreven door iemand van de oudere generatie die achterom kijkt. Als jonge dertiger doet Merlin Sheldrake net het tegenovergestelde: niet alleen schrijft hij vlot, bovendien blikt hij vooruit op basis van onderzoek dat tot de voorhoede van de wetenschap behoort. Wat hij beschrijft is op zijn zachtst uitgedrukt verrassend. In zijn eigen woorden: ‘Omdat ik de schimmelwereld heb verkend, ben ik anders gaan aankijken tegen veel van wat ik wist. Evolutie, ecosystemen, individualiteit, intelligentie, leven: niets is wat ik dacht dat het was.’ Eens je het boek uit hebt, deel je dezelfde ervaring.</p>
<p>&#160;</p>
<p><strong>Mycelium, hyfen en paddenstoelen</strong><br />
Laat een appel een tijdlang liggen, en er ontstaat een donsvormige schimmel op de buitenkant die de appel tot een brij laat vergaan. Schimmels zijn de grote ‘ontbinders’ van de natuur – ze breken organisch materiaal af tot in de kleinste bestanddelen. Ze vormen een aparte levensvorm in de biologie, waarover de wetenschappelijke kennis pas de laatste decennia toeneemt waardoor vooral duidelijk wordt hoe ze ons begripsvermogen te boven gaan.</p>
<p>&#160;</p>
<p>Bijna alle schimmels vormen hyfen, fijne buisjes die uitgroeien tot ondergrondse netwerken, het mycelium (gisten, eencellige schimmels dus, doen dat niet). Wij kennen vooral de bovengrondse vruchtlichamen, de paddenstoelen die de sporen produceren, het ‘zaad’ van de schimmel. Met paddenstoelen hebben we een dubbelzinnige verhouding: lekker maar verdacht, materie voor kabouters, heksen én hippies. Schimmels vinden we vies, we gaan ze te lijf met van alles en nog wat en vergeten dat we zonder hen geen brood of bier zouden hebben. Zelfs het eerste antibioticum (penicilline) is een schimmel. Elk van onze lichaamsopeningen bevat een eigen schimmelwereld die we pas ontdekken als één ervan de overhand krijgt, meestal omdat we de andere gedood hebben, hetzij door overmatige ‘hygiëne’, hetzij door bepaalde ‘genees’middelen. Dood ze allemaal, en je sterft zelf ook.</p>
<p>&#160;</p>
<p><strong>Lagere organismen</strong><br />
In de klassieke, nog steeds dominante wetenschappelijke visie worden schimmels samen met bacterieën en virussen tot de zogenaamde lagere levensvormen gerekend. Deze opvatting zegt veel over onze hoogmoed en is ondertussen achterhaald. Als je leest waartoe deze ‘lage’ organismen in staat zijn, dan val je van de ene verrassing in de andere. Experimenteel onderzoek toont hoe schimmels probleemoplossend gedrag vertonen, hoe ze kunnen communiceren, zowel onderling als met andere levensvormen (met planten, bomen, bacterieën, virussen), hoe ze over een geheugen beschikken en zelfs kunnen leren en besluiten nemen.</p>
<p>&#160;</p>
<p>We hebben geen flauw idee op welke manier ze dat doen. Dieren beschikken over bloedcellen, botcellen, spiercellen, zenuwcellen enzovoort, elk met verschillende functies. We luisteren met oren, ruiken met een neus, kijken met ogen en reageren op grond van een zenuwstelsel, met bovenaan een hersencentrum. Zowel paddenstoelen als het mycelium zijn samengestelde hyfen die uit slechts één celtype bestaan; van zintuigen of hersenen is er al helemaal geen sprake. Alles wat hyfen doen, gebeurt decentraal – er is geen kern, geen bestuurscentrum. Verwijder om het even welk stuk uit het netwerk, verwijder véél van het mycelium, en de mogelijkheid tot waarnemingen, kennis en interpretaties blijft behouden, net zoals de daarbij aansluitende ‘acties’. Hoe het mycelium dat allemaal voor elkaar krijgt, blijft grotendeels een raadsel. Wie is er hier het ‘lagere’ organisme?</p>
<p>&#160;</p>
<p><strong>Aparte soorten of dynamische systemen?</strong><br />
Vertrekkend bij dezelfde klassieke wetenschappelijke opvatting willen we schimmels beschrijven en in aparte hokjes plaatsen, waarna we hun verhoudingen met andere soorten en organismen kunnen bestuderen. Ook deze aanpak ligt vandaag de dag onder vuur en de studie van schimmels draagt daar heel sterk toe bij. Myceliumnetwerken verbinden meerdere organismen (vooral bomen, struiken en planten) op een dusdanige manier dat we afzonderlijke organismen niet langer als afzonderlijk kunnen beschouwen. Zonder schimmelnetwerken zouden planten evolutionair niet eens ontstaan zijn en ook vandaag zouden ze zonder hen niet overleven. Ze zijn ontstaan dankzij algen en schimmels, tegenwoordig bestaan ze dankzij de ondergrondse koppelingen tussen wortels en schimmels, waardoor ze voedingsstoffen kunnen opnemen uit de bodem (voedingsstoffen die bovendien ter beschikking gekomen zijn dankzij de ontbindende werking van schimmels).</p>
<p>&#160;</p>
<p>Biologie, de studie van levende organismen, wordt in sneltreinvaart vervangen door ecologie, de studie van systemische relaties tussen levende organismen. Alles wat leeft, kan slechts leven als onderdeel van een ruimer geheel. Het ondergrondse myceliumnetwerk illustreert bij uitstek hoe procesmatig leven wel is: alles is met alles verbonden. Ons hokjesdenken is volledig, maar dan ook volledig voorbijgestreefd. De uitdrukking ‘ondergronds netwerk’ is geen beeldspraak, we moeten dit letterlijk begrijpen. Hetzelfde geldt bovengronds, zelfs eenvoudige korstmossen kunnen ons daarvan overtuigen, ook al omdat ze alles behalve één – voudig zijn.</p>
<p>&#160;</p>
<p>Als je een klinkerpad in de tuin hebt, dan is de kans groot dat er naast gewone mossen ook korstmossen op groeien.&#8230; <a href="https://boekenblog.paulverhaeghe.com/merlin-sheldrake/" class="read-more">Lees verder </a></p>]]></description>
										<content:encoded><![CDATA[<h1>Merlin Sheldrake</h1>
<h2><em>Verweven leven. De verborgen wereld van schimmels</em>.</h2>
<p style="text-indent: 0px!important; padding-top: 30px;">Om onduidelijke redenen is dit boek aan mijn aandacht ontsnapt toen de Nederlandse vertaling in 2020 gepubliceerd werd. Onduidelijk omdat het over onderwerpen gaat die mij nauw aan het hart liggen, omdat het boek mooie media-aandacht gekregen heeft én omdat heel veel mensen het al lazen. Vorige maand (januari 2022) kwam er zelfs een zevende druk. Dat is goed nieuws, want het zal ongetwijfeld bijdragen tot een meer dan noodzakelijke mentaliteitswijziging en vervolgens tot een eveneens meer dan noodzakelijke gedragsverandering met betrekking tot ‘de’ natuur. In die zin past het boek in het rijtje van Peter Wohlleben (<em>Het verborgen leven van bomen</em>), <a href="https://boekenblog.paulverhaeghe.com/richard-powers/" target="_blank" rel="noopener">Richard Powers</a> en <a href="https://boekenblog.paulverhaeghe.com/suzanne-simard/" target="_blank" rel="noopener">Suzanne Simard</a>.</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>Een studie over paddestoelen, met als titel <em>Verweven leven</em>, geschreven door een jonge snaak die dan nog Merlin (Merlijn) heet ook? Je kan de beschimmelde geitenwollensokken bijna ruiken. Tot je het boek openslaat en de inhoudstafel nakijkt: zevenenvijftig (57!) pagina’s eindnoten, een bibliografie van achtenveertig (48!) pagina’s gevolgd door een index van zeventien bladzijden. Dit is een wetenschappelijk naslagwerk, met duidelijke bronvermeldingen, met nuanceringen en toelichtingen in noten en met een klassieke zoekindex. Zo zijn er wel meer, zal u denken, en allemaal om ter saaist, voer voor vakidioten. Juist, er zijn slechts weinig wetenschappers die erin slagen een complex onderwerp toegankelijk én meeslepend te beschrijven. Bovendien bieden naslagwerken nagenoeg altijd een terugblik op verworven en vaak achterhaalde kennis, geschreven door iemand van de oudere generatie die achterom kijkt. Als jonge dertiger doet Merlin Sheldrake net het tegenovergestelde: niet alleen schrijft hij vlot, bovendien blikt hij vooruit op basis van onderzoek dat tot de voorhoede van de wetenschap behoort. Wat hij beschrijft is op zijn zachtst uitgedrukt verrassend. In zijn eigen woorden: ‘Omdat ik de schimmelwereld heb verkend, ben ik anders gaan aankijken tegen veel van wat ik wist. Evolutie, ecosystemen, individualiteit, intelligentie, leven: niets is wat ik dacht dat het was.’ Eens je het boek uit hebt, deel je dezelfde ervaring.</p>
<p>&nbsp;</p>
<p><strong>Mycelium, hyfen en paddenstoelen</strong><br />
Laat een appel een tijdlang liggen, en er ontstaat een donsvormige schimmel op de buitenkant die de appel tot een brij laat vergaan. Schimmels zijn de grote ‘ontbinders’ van de natuur – ze breken organisch materiaal af tot in de kleinste bestanddelen. Ze vormen een aparte levensvorm in de biologie, waarover de wetenschappelijke kennis pas de laatste decennia toeneemt waardoor vooral duidelijk wordt hoe ze ons begripsvermogen te boven gaan.</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>Bijna alle schimmels vormen hyfen, fijne buisjes die uitgroeien tot ondergrondse netwerken, het mycelium (gisten, eencellige schimmels dus, doen dat niet). Wij kennen vooral de bovengrondse vruchtlichamen, de paddenstoelen die de sporen produceren, het ‘zaad’ van de schimmel. Met paddenstoelen hebben we een dubbelzinnige verhouding: lekker maar verdacht, materie voor kabouters, heksen én hippies. Schimmels vinden we vies, we gaan ze te lijf met van alles en nog wat en vergeten dat we zonder hen geen brood of bier zouden hebben. Zelfs het eerste antibioticum (penicilline) is een schimmel. Elk van onze lichaamsopeningen bevat een eigen schimmelwereld die we pas ontdekken als één ervan de overhand krijgt, meestal omdat we de andere gedood hebben, hetzij door overmatige ‘hygiëne’, hetzij door bepaalde ‘genees’middelen. Dood ze allemaal, en je sterft zelf ook.</p>
<p>&nbsp;</p>
<p><strong>Lagere organismen</strong><br />
In de klassieke, nog steeds dominante wetenschappelijke visie worden schimmels samen met bacterieën en virussen tot de zogenaamde lagere levensvormen gerekend. Deze opvatting zegt veel over onze hoogmoed en is ondertussen achterhaald. Als je leest waartoe deze ‘lage’ organismen in staat zijn, dan val je van de ene verrassing in de andere. Experimenteel onderzoek toont hoe schimmels probleemoplossend gedrag vertonen, hoe ze kunnen communiceren, zowel onderling als met andere levensvormen (met planten, bomen, bacterieën, virussen), hoe ze over een geheugen beschikken en zelfs kunnen leren en besluiten nemen.</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>We hebben geen flauw idee op welke manier ze dat doen. Dieren beschikken over bloedcellen, botcellen, spiercellen, zenuwcellen enzovoort, elk met verschillende functies. We luisteren met oren, ruiken met een neus, kijken met ogen en reageren op grond van een zenuwstelsel, met bovenaan een hersencentrum. Zowel paddenstoelen als het mycelium zijn samengestelde hyfen die uit slechts één celtype bestaan; van zintuigen of hersenen is er al helemaal geen sprake. Alles wat hyfen doen, gebeurt decentraal – er is geen kern, geen bestuurscentrum. Verwijder om het even welk stuk uit het netwerk, verwijder véél van het mycelium, en de mogelijkheid tot waarnemingen, kennis en interpretaties blijft behouden, net zoals de daarbij aansluitende ‘acties’. Hoe het mycelium dat allemaal voor elkaar krijgt, blijft grotendeels een raadsel. Wie is er hier het ‘lagere’ organisme?</p>
<p>&nbsp;</p>
<p><strong>Aparte soorten of dynamische systemen?</strong><br />
Vertrekkend bij dezelfde klassieke wetenschappelijke opvatting willen we schimmels beschrijven en in aparte hokjes plaatsen, waarna we hun verhoudingen met andere soorten en organismen kunnen bestuderen. Ook deze aanpak ligt vandaag de dag onder vuur en de studie van schimmels draagt daar heel sterk toe bij. Myceliumnetwerken verbinden meerdere organismen (vooral bomen, struiken en planten) op een dusdanige manier dat we afzonderlijke organismen niet langer als afzonderlijk kunnen beschouwen. Zonder schimmelnetwerken zouden planten evolutionair niet eens ontstaan zijn en ook vandaag zouden ze zonder hen niet overleven. Ze zijn ontstaan dankzij algen en schimmels, tegenwoordig bestaan ze dankzij de ondergrondse koppelingen tussen wortels en schimmels, waardoor ze voedingsstoffen kunnen opnemen uit de bodem (voedingsstoffen die bovendien ter beschikking gekomen zijn dankzij de ontbindende werking van schimmels).</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>Biologie, de studie van levende organismen, wordt in sneltreinvaart vervangen door ecologie, de studie van systemische relaties tussen levende organismen. Alles wat leeft, kan slechts leven als onderdeel van een ruimer geheel. Het ondergrondse myceliumnetwerk illustreert bij uitstek hoe procesmatig leven wel is: alles is met alles verbonden. Ons hokjesdenken is volledig, maar dan ook volledig voorbijgestreefd. De uitdrukking ‘ondergronds netwerk’ is geen beeldspraak, we moeten dit letterlijk begrijpen. Hetzelfde geldt bovengronds, zelfs eenvoudige korstmossen kunnen ons daarvan overtuigen, ook al omdat ze alles behalve één – voudig zijn.</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>Als je een klinkerpad in de tuin hebt, dan is de kans groot dat er naast gewone mossen ook korstmossen op groeien.&hellip; <a href="https://boekenblog.paulverhaeghe.com/merlin-sheldrake/" class="read-more">Lees verder </a></p>]]></content:encoded>
					
		
		
			</item>
		<item>
		<title>Roek Lips</title>
		<link>https://boekenblog.paulverhaeghe.com/roek-lips/?utm_source=rss&#038;utm_medium=rss&#038;utm_campaign=roek-lips</link>
		
		<dc:creator><![CDATA[Paul Verhaeghe]]></dc:creator>
		<pubDate>Mon, 24 Jan 2022 16:54:26 +0000</pubDate>
				<category><![CDATA[Geen categorie]]></category>
		<guid isPermaLink="false">https://boekenblog.paulverhaeghe.com/?p=2706</guid>

					<description><![CDATA[<h2>Roek Lips<br />
<em>Wie kies je om te zijn. Gesprekken en gedachten over een nieuwe tijd.</em></h2>
<p style="text-indent: 0px!important; padding-top: 30px;">Het zijn bewogen tijden met veel onzekerheden, behalve deze: we gaan heel snel naar een andere wereld en een andere maatschappij. De klimaatverstoring verandert de wereld. De niet langer houdbare sociale ongelijkheid transformeert de maatschappij. Sommigen houden wanhopig vast aan het verleden, anderen denken na over de toekomst. Sommigen verkondigen Waarheden, anderen kunnen de onzekerheid toelaten en gaan op zoek naar nieuwe invullingen. De Nederlandse journalist en organisatiecoach Roek Lips behoort tot de zoekers, met een methode die ik toejuich: hij treedt in dialoog met een ruim aantal gesprekspartners, ruim op het vlak van kennisachtergrond, leeftijd en politieke gezindheden. Het resultaat is een veelheid aan ideeën waar elke lezer uit kan bijleren.  </p>
<p>De gesprekken staan in vijf delen geordend, telkens met een prikkelende inleiding: ‘Beschavingen zijn vergankelijk en kwetsbaar’; ‘Wonderen komen voort uit eenvoudige regels’; ‘We creëren onze eigen werkelijkheid’; ‘Kleine initiatieven leiden tot grote doorbraken’; ‘Jezelf zijn is een proces dat je regelmatig moet bijstellen’. Ieder deel groepeert een tiental gesprekken, die elk nog een eigen titel krijgen. Wat je te lezen krijgt, is niet de dialoog tussen Roek Lips en zijn gesprekspartner, wel een vlot geschreven samenvatting waarbij Lips op de achtergrond verdwijnt. </p>
<p>Door de aard van de aanpak – verschillende mensen en onderwerpen – zijn de afzonderlijke stukken zeer divers, wat meteen de rijkdom van het boek verklaart. Je leest dingen die je zelf ook al dacht én je wordt geconfronteerd met opvattingen die niet de jouwe zijn. De stukken waarin ik het meest onderlijnd heb, zijn die met Noëlle Aarts (ze pleit voor denken in termen van processen, niet in categorieën dus), Hans Clevers (over de manier waarop wetenschappelijke vooruitgang ontstaat), Pim van Lommel (over bijna-doodervaringen, heel verrassend), Jan Bransen (in vijf punten vat hij de verkeerde aannames van ons onderwijssysteem samen), Margaret Wheatley (systemen ontwikkelen een eigen dynamiek, verandering kan niet zomaar), Lenette Schuijt (over ontmoetingen en bezieling), Madeleine Housz (over het effect van … zingen). Deze selectie zegt natuurlijk meer over mij, als lezer, dan over de andere stukken.</p>
<p style="text-indent: 0px!important; padding-top: 30px;



<p style="text-indent: 0px!important; padding-top: 30px;"><em> </em>Op een paar decennia zijn we geëvolueerd naar een gepolariseerde en geïndividualiseerde maatschappij. Steeds meer groepen staan lijnrecht tegenover elkaar te schreeuwen. Vaak slagen ze er slechts in om groep te vormen op grond van een gemeenschappelijke vijand die meestal nog denkbeeldig is ook. Eens ze binnen de ‘eigen’ groep moeten overleggen, slaat ook daar de polarisatie toe. Meer dan ooit is er nood aan overleg en verbinding. Dit boek kan daartoe bijdragen. </p>
<p style="text-indent: 0px!important; padding-top: 30px;



<p style="text-indent: 0px!important; padding-top: 30px;"><em> </em></p>
<h6><strong>Roek Lips(2021)</strong></h6>
<h6><strong><em>Wie kies je om te zijn. Gesprekken en gedachten over een nieuwe tijd. </em></strong></h6>
<h6><strong>Amsterdam: Ambo/Anthos, 391 pagina’s.</strong></h6>
<h6><strong>ISBN 978 90 263 5599 8</strong></h6>]]></description>
										<content:encoded><![CDATA[<h2>Roek Lips<br />
<em>Wie kies je om te zijn. Gesprekken en gedachten over een nieuwe tijd.</em></h2>
<p style="text-indent: 0px!important; padding-top: 30px;">Het zijn bewogen tijden met veel onzekerheden, behalve deze: we gaan heel snel naar een andere wereld en een andere maatschappij. De klimaatverstoring verandert de wereld. De niet langer houdbare sociale ongelijkheid transformeert de maatschappij. Sommigen houden wanhopig vast aan het verleden, anderen denken na over de toekomst. Sommigen verkondigen Waarheden, anderen kunnen de onzekerheid toelaten en gaan op zoek naar nieuwe invullingen. De Nederlandse journalist en organisatiecoach Roek Lips behoort tot de zoekers, met een methode die ik toejuich: hij treedt in dialoog met een ruim aantal gesprekspartners, ruim op het vlak van kennisachtergrond, leeftijd en politieke gezindheden. Het resultaat is een veelheid aan ideeën waar elke lezer uit kan bijleren.  </p>
<p>De gesprekken staan in vijf delen geordend, telkens met een prikkelende inleiding: ‘Beschavingen zijn vergankelijk en kwetsbaar’; ‘Wonderen komen voort uit eenvoudige regels’; ‘We creëren onze eigen werkelijkheid’; ‘Kleine initiatieven leiden tot grote doorbraken’; ‘Jezelf zijn is een proces dat je regelmatig moet bijstellen’. Ieder deel groepeert een tiental gesprekken, die elk nog een eigen titel krijgen. Wat je te lezen krijgt, is niet de dialoog tussen Roek Lips en zijn gesprekspartner, wel een vlot geschreven samenvatting waarbij Lips op de achtergrond verdwijnt. </p>
<p>Door de aard van de aanpak – verschillende mensen en onderwerpen – zijn de afzonderlijke stukken zeer divers, wat meteen de rijkdom van het boek verklaart. Je leest dingen die je zelf ook al dacht én je wordt geconfronteerd met opvattingen die niet de jouwe zijn. De stukken waarin ik het meest onderlijnd heb, zijn die met Noëlle Aarts (ze pleit voor denken in termen van processen, niet in categorieën dus), Hans Clevers (over de manier waarop wetenschappelijke vooruitgang ontstaat), Pim van Lommel (over bijna-doodervaringen, heel verrassend), Jan Bransen (in vijf punten vat hij de verkeerde aannames van ons onderwijssysteem samen), Margaret Wheatley (systemen ontwikkelen een eigen dynamiek, verandering kan niet zomaar), Lenette Schuijt (over ontmoetingen en bezieling), Madeleine Housz (over het effect van … zingen). Deze selectie zegt natuurlijk meer over mij, als lezer, dan over de andere stukken.</p>
<p style="text-indent: 0px!important; padding-top: 30px;



<p style="text-indent: 0px!important; padding-top: 30px;"><em> </em>Op een paar decennia zijn we geëvolueerd naar een gepolariseerde en geïndividualiseerde maatschappij. Steeds meer groepen staan lijnrecht tegenover elkaar te schreeuwen. Vaak slagen ze er slechts in om groep te vormen op grond van een gemeenschappelijke vijand die meestal nog denkbeeldig is ook. Eens ze binnen de ‘eigen’ groep moeten overleggen, slaat ook daar de polarisatie toe. Meer dan ooit is er nood aan overleg en verbinding. Dit boek kan daartoe bijdragen. </p>
<p style="text-indent: 0px!important; padding-top: 30px;



<p style="text-indent: 0px!important; padding-top: 30px;"><em> </em></p>
<h6><strong>Roek Lips(2021)</strong></h6>
<h6><strong><em>Wie kies je om te zijn. Gesprekken en gedachten over een nieuwe tijd. </em></strong></h6>
<h6><strong>Amsterdam: Ambo/Anthos, 391 pagina’s.</strong></h6>
<h6><strong>ISBN 978 90 263 5599 8</strong></h6>]]></content:encoded>
					
		
		
			</item>
		<item>
		<title>Richard Powers</title>
		<link>https://boekenblog.paulverhaeghe.com/richard-powers/?utm_source=rss&#038;utm_medium=rss&#038;utm_campaign=richard-powers</link>
		
		<dc:creator><![CDATA[Paul Verhaeghe]]></dc:creator>
		<pubDate>Tue, 04 Jan 2022 18:16:30 +0000</pubDate>
				<category><![CDATA[Geen categorie]]></category>
		<guid isPermaLink="false">https://boekenblog.paulverhaeghe.com/?p=2693</guid>

					<description><![CDATA[<h2>Richard Powers<br />
<em>Tot in de hemel.</em></h2>
<p style="text-indent: 0px!important; padding-top: 30px;">Je eigen regels maken is een goed idee, op voorwaarde dat je er ook van durft afwijken. Toen ik deze blog startte, nam ik me voor alleen in het Nederlands gepubliceerde non-fictie op te nemen.  Nauwelijks een maand later besprak ik een Engelstalig werk, <em>The Misinformation Age</em> (<a href="https://boekenblog.paulverhaeghe.com/cailin-oconnor-james-owen-weatherall/" rel="noopener" target="_blank">zie link</a>) omdat ik het o zo belangrijk vond, veel belangrijker dan ik op dat moment kon vermoeden (de bestorming van het Capitool en de vele van de pot gerukte complottheorieën moesten nog komen). Vandaag bespreek ik een roman, omdat het boek de sterke punten van non-fictie én fictie combineert: degelijke informatie mét een boodschap, gegoten in een meeslepend verhaal over een onderwerp dat letterlijk van levensbelang is.  </p>
<p style="text-indent: 0px!important; padding-top: 30px;



<p style="text-indent: 0px!important; padding-top: 30px;"><em>Tot in de hemel </em>is geen gewone roman als je daaronder een verhaal begrijpt waarin de psychologie van een aantal hoofdfiguren uit de doeken gedaan wordt. De auteur hanteert een wetenschappelijk onderbouwde visie waarin mensen slechts randfiguren zijn in een veel oudere en ruimere wereld, in tegenstelling tot de overtuiging waarmee we al eeuwenlang miskweekt worden en die ons voorstelt als het culminatiepunt van het heelal. De hoofdfiguren van het boek zijn bomen, vandaar de titels van de hoofdstukken: Roots, Trunk, Crown, Seeds (wortels, stam, kroon, zaden).</p>
<p> Bij de aanvang van het boek loop je als lezer wat verloren, want je krijgt een aantal weliswaar fascinerende maar schijnbaar op zich staande korte verhalen te lezen, waarin je kennis maakt met negen mensen die allemaal een bijzondere band hebben met een bepaalde boom of boomsoort. De rest van het boek toont hoe de levens van zes onder hen nauw verweven raken. Drie vallen wat uit de boot, wat meteen het enige zwakke punt is van deze roman (een strenge editor had Powers die hoofdstukken doen schrappen) – hun verhaal, hoe boeiend en potentieel relevant ook, wijkt te ver af van de centrale verhaallijn. Zwak is zeer relatief, <em>The Overstory</em> (dat is de originele titel) werd in 2019 bekroond met de Pulitzer Prize for Fiction, in Amerika de hoogste literaire onderscheiding. </p>
<p>Ik overdrijf niet als ik schrijf dat het boek bij mij een diepe indruk nagelaten heeft. Samen met de negen figuren maakt de lezer een bewustwordingsproces door: wij zijn een onderdeeltje van een groter geheel dat we nauwelijks begrijpen. Geen groter geheel boven ons (dat kennen we), wel rondom ons – we leven er middenin, zonder het te zien. Bomen zijn anders, héél anders, dan we denken. Bovendien zullen we hen, als we als soort willen overleven, heel hard nodig hebben – dit is zo makkelijk te onderbouwen dat het onbegrijpelijk is waarom we dit niet begrijpen. De toenemende botsing met dit onbegrip doet vijf van de negen figuren evolueren van geweldloos verzet naar eco-terrorisme. </p>
<p>Deze korte samenvatting klinkt niet onmiddellijk wervend en kan de indruk wekken dat we hier het zoveelste keer moraliserend verhaal te lezen krijgen over hoe slecht de mens wel is (vooral die andere mens) en hoe prachtig de natuur, waarom we beter geen vliegtuig meer nemen enzovoorts. Wees gerust: daarmee win je geen Pulitzer prijs.</p>
<p style="text-indent: 0px!important; padding-top: 30px;">Natuurlijk brengt Powers een boodschap – elke roman doet dat – de vraag is waar hij de mosterd haalt en op welke manier hij die uitsmeert. Wat hij op een hoogst literaire manier uitwerkt, zijn geen romantische bevliegingen van een naar mos ruikende boomknuffelaar, wel een synthese van hedendaags wetenschappelijk onderzoek. Powers moet pakken voorbereidend studiewerk gedaan hebben, bij auteurs zoals Suzanne Simard (<em>Zoeken naar de moederboom,</em> <a href="https://boekenblog.paulverhaeghe.com/suzanne-simard/" rel="noopener" target="_blank">zie hier</a>), Peter Wohlleben (<em>Het verborgen leven van bomen</em>) , Martin Sheldrake (<em>Verweven leven</em>), Daniel Kahneman (<em>Ons feilbare denken</em>) en ongetwijfeld nog een aantal anderen die ik niet eens herken.  Het resultaat van dat studiewerk wordt op een subtiele manier verweven met het verhaal zodat de lezer nooit het gevoel krijgt de les gespeld te worden. Het belerende groene vingertje ontbreekt. </p>
<p>Dat is geen toeval, maar een bewuste keuze van de schrijver. Mensen passen maar zelden hun gedrag aan op grond van schools onderwezen kennis. Ondanks onze zo hoog geprezen ratio maken we voortdurend redeneerfouten en worden we misleid door framing (de context bepaalt de betekenis) en priming (we menen te zien wat we al zagen), en vooral door groepsdruk die ons als kuddedieren richting ravijn doet galopperen, zelfs wanneer die gapend zichtbaar wordt. Juiste argumenten brengen daar weinig verandering in, Powers beseft dat en kiest voor een andere oplossing. ‘De beste argumenten in de wereld zullen iemand niet van mening doen veranderen. Het enige wat dat wel kan, is een goed verhaal’ (The best arguments in the world won’t change a person’s mind. The only thing that can do that is a good story.)</p>
<p>We veranderen ons gedrag niet omdat wetenschappers hun goed onderbouwde conclusies voorleggen. We veranderen omdat het narratief verandert waarmee we naar de wereld en naar onszelf kijken en boeken kunnen daar heel hard toe bijdragen. Het bekendste voorbeeld is <em>De hut van oom Tom </em>(1852, Harriet Beecher Stowe), de roman die in de VS een mentaliteitswijziging veroorzaakte over slavernij. Met <em>The Overstory</em> wil Powers onze mentaliteit over bomen en bossen wijzigen.</p>
<p>Hij heeft een punt. Een vlot geschreven non-fictie werk haalt in het Nederlands een oplage van een paar duizend exemplaren, een zeldzame bestseller gaat naar tienduizend, waarbij je je de vraag kunt stellen hoeveel kopers het ook daadwerkelijk lezen. Een bestseller roman haalt makkelijk de honderdduizend, die nog gelezen worden ook. Powers combineert een keigoed verhaal met degelijke informatie, en daarmee zal hij ongetwijfeld heel sterk bijdragen tot de bewustwording over het belang van bossen en bomen en de impact van onze levenswijze.</p>
<p style="text-indent: 0px!important; padding-top: 30px;">Dit is een betoverend boek, omdat het de reële magie van bomen zichtbaar en voelbaar maakt. Het is ook een belangrijk boek, gezien onze collectieve kortzichtigheid. Denk aan je kinderen, plant bomen, overal waar je maar kan. </p>
<h6><strong>Richard Powers (2021)</strong></h6>
<h6><strong><em>Tot in de hemel.</em></strong></h6>
<h6><strong>Amsterdam: Atlas Contact, 608 pagina’s.</strong></h6>
<h6><strong>ISBN 978 90 2545 83 93</strong></h6>]]></description>
										<content:encoded><![CDATA[<h2>Richard Powers<br />
<em>Tot in de hemel.</em></h2>
<p style="text-indent: 0px!important; padding-top: 30px;">Je eigen regels maken is een goed idee, op voorwaarde dat je er ook van durft afwijken. Toen ik deze blog startte, nam ik me voor alleen in het Nederlands gepubliceerde non-fictie op te nemen.  Nauwelijks een maand later besprak ik een Engelstalig werk, <em>The Misinformation Age</em> (<a href="https://boekenblog.paulverhaeghe.com/cailin-oconnor-james-owen-weatherall/" rel="noopener" target="_blank">zie link</a>) omdat ik het o zo belangrijk vond, veel belangrijker dan ik op dat moment kon vermoeden (de bestorming van het Capitool en de vele van de pot gerukte complottheorieën moesten nog komen). Vandaag bespreek ik een roman, omdat het boek de sterke punten van non-fictie én fictie combineert: degelijke informatie mét een boodschap, gegoten in een meeslepend verhaal over een onderwerp dat letterlijk van levensbelang is.  </p>
<p style="text-indent: 0px!important; padding-top: 30px;



<p style="text-indent: 0px!important; padding-top: 30px;"><em>Tot in de hemel </em>is geen gewone roman als je daaronder een verhaal begrijpt waarin de psychologie van een aantal hoofdfiguren uit de doeken gedaan wordt. De auteur hanteert een wetenschappelijk onderbouwde visie waarin mensen slechts randfiguren zijn in een veel oudere en ruimere wereld, in tegenstelling tot de overtuiging waarmee we al eeuwenlang miskweekt worden en die ons voorstelt als het culminatiepunt van het heelal. De hoofdfiguren van het boek zijn bomen, vandaar de titels van de hoofdstukken: Roots, Trunk, Crown, Seeds (wortels, stam, kroon, zaden).</p>
<p> Bij de aanvang van het boek loop je als lezer wat verloren, want je krijgt een aantal weliswaar fascinerende maar schijnbaar op zich staande korte verhalen te lezen, waarin je kennis maakt met negen mensen die allemaal een bijzondere band hebben met een bepaalde boom of boomsoort. De rest van het boek toont hoe de levens van zes onder hen nauw verweven raken. Drie vallen wat uit de boot, wat meteen het enige zwakke punt is van deze roman (een strenge editor had Powers die hoofdstukken doen schrappen) – hun verhaal, hoe boeiend en potentieel relevant ook, wijkt te ver af van de centrale verhaallijn. Zwak is zeer relatief, <em>The Overstory</em> (dat is de originele titel) werd in 2019 bekroond met de Pulitzer Prize for Fiction, in Amerika de hoogste literaire onderscheiding. </p>
<p>Ik overdrijf niet als ik schrijf dat het boek bij mij een diepe indruk nagelaten heeft. Samen met de negen figuren maakt de lezer een bewustwordingsproces door: wij zijn een onderdeeltje van een groter geheel dat we nauwelijks begrijpen. Geen groter geheel boven ons (dat kennen we), wel rondom ons – we leven er middenin, zonder het te zien. Bomen zijn anders, héél anders, dan we denken. Bovendien zullen we hen, als we als soort willen overleven, heel hard nodig hebben – dit is zo makkelijk te onderbouwen dat het onbegrijpelijk is waarom we dit niet begrijpen. De toenemende botsing met dit onbegrip doet vijf van de negen figuren evolueren van geweldloos verzet naar eco-terrorisme. </p>
<p>Deze korte samenvatting klinkt niet onmiddellijk wervend en kan de indruk wekken dat we hier het zoveelste keer moraliserend verhaal te lezen krijgen over hoe slecht de mens wel is (vooral die andere mens) en hoe prachtig de natuur, waarom we beter geen vliegtuig meer nemen enzovoorts. Wees gerust: daarmee win je geen Pulitzer prijs.</p>
<p style="text-indent: 0px!important; padding-top: 30px;">Natuurlijk brengt Powers een boodschap – elke roman doet dat – de vraag is waar hij de mosterd haalt en op welke manier hij die uitsmeert. Wat hij op een hoogst literaire manier uitwerkt, zijn geen romantische bevliegingen van een naar mos ruikende boomknuffelaar, wel een synthese van hedendaags wetenschappelijk onderzoek. Powers moet pakken voorbereidend studiewerk gedaan hebben, bij auteurs zoals Suzanne Simard (<em>Zoeken naar de moederboom,</em> <a href="https://boekenblog.paulverhaeghe.com/suzanne-simard/" rel="noopener" target="_blank">zie hier</a>), Peter Wohlleben (<em>Het verborgen leven van bomen</em>) , Martin Sheldrake (<em>Verweven leven</em>), Daniel Kahneman (<em>Ons feilbare denken</em>) en ongetwijfeld nog een aantal anderen die ik niet eens herken.  Het resultaat van dat studiewerk wordt op een subtiele manier verweven met het verhaal zodat de lezer nooit het gevoel krijgt de les gespeld te worden. Het belerende groene vingertje ontbreekt. </p>
<p>Dat is geen toeval, maar een bewuste keuze van de schrijver. Mensen passen maar zelden hun gedrag aan op grond van schools onderwezen kennis. Ondanks onze zo hoog geprezen ratio maken we voortdurend redeneerfouten en worden we misleid door framing (de context bepaalt de betekenis) en priming (we menen te zien wat we al zagen), en vooral door groepsdruk die ons als kuddedieren richting ravijn doet galopperen, zelfs wanneer die gapend zichtbaar wordt. Juiste argumenten brengen daar weinig verandering in, Powers beseft dat en kiest voor een andere oplossing. ‘De beste argumenten in de wereld zullen iemand niet van mening doen veranderen. Het enige wat dat wel kan, is een goed verhaal’ (The best arguments in the world won’t change a person’s mind. The only thing that can do that is a good story.)</p>
<p>We veranderen ons gedrag niet omdat wetenschappers hun goed onderbouwde conclusies voorleggen. We veranderen omdat het narratief verandert waarmee we naar de wereld en naar onszelf kijken en boeken kunnen daar heel hard toe bijdragen. Het bekendste voorbeeld is <em>De hut van oom Tom </em>(1852, Harriet Beecher Stowe), de roman die in de VS een mentaliteitswijziging veroorzaakte over slavernij. Met <em>The Overstory</em> wil Powers onze mentaliteit over bomen en bossen wijzigen.</p>
<p>Hij heeft een punt. Een vlot geschreven non-fictie werk haalt in het Nederlands een oplage van een paar duizend exemplaren, een zeldzame bestseller gaat naar tienduizend, waarbij je je de vraag kunt stellen hoeveel kopers het ook daadwerkelijk lezen. Een bestseller roman haalt makkelijk de honderdduizend, die nog gelezen worden ook. Powers combineert een keigoed verhaal met degelijke informatie, en daarmee zal hij ongetwijfeld heel sterk bijdragen tot de bewustwording over het belang van bossen en bomen en de impact van onze levenswijze.</p>
<p style="text-indent: 0px!important; padding-top: 30px;">Dit is een betoverend boek, omdat het de reële magie van bomen zichtbaar en voelbaar maakt. Het is ook een belangrijk boek, gezien onze collectieve kortzichtigheid. Denk aan je kinderen, plant bomen, overal waar je maar kan. </p>
<h6><strong>Richard Powers (2021)</strong></h6>
<h6><strong><em>Tot in de hemel.</em></strong></h6>
<h6><strong>Amsterdam: Atlas Contact, 608 pagina’s.</strong></h6>
<h6><strong>ISBN 978 90 2545 83 93</strong></h6>]]></content:encoded>
					
		
		
			</item>
		<item>
		<title>Vivian Gornick</title>
		<link>https://boekenblog.paulverhaeghe.com/vivian-gornick/?utm_source=rss&#038;utm_medium=rss&#038;utm_campaign=vivian-gornick</link>
		
		<dc:creator><![CDATA[Paul Verhaeghe]]></dc:creator>
		<pubDate>Sat, 18 Dec 2021 08:05:13 +0000</pubDate>
				<category><![CDATA[Geen categorie]]></category>
		<guid isPermaLink="false">https://boekenblog.paulverhaeghe.com/?p=2678</guid>

					<description><![CDATA[<h2>Vivian Gornick<br />
<em>Het einde van de liefdesroman. </em></h2>
<p style="text-indent: 0px!important; padding-top: 30px;">Tien dagen terug was ik klaar met de eerste versie van <em>Intieme vreemden</em>, het essay dat ik schrijf voor de Maand van de Filosofie van 2022. Eindelijk weer tijd om te lezen dus. Wat ik toen niet kon weten is welke diepgaande uitwerking ik zou vinden van een alinea die ik argeloos neergepend had: ‘Ken jezelf, word jezelf, verlies jezelf, één methode: verliefd worden gevolgd door een langdurige liefdesrelatie. Er is geen resultaatverbintenis, verloop en kostprijs zijn onvoorspelbaar, alle clichés blijken juist en terzelfdertijd is elk koppel anders. Het is een methode die ik graag aanbeveel.’ </p>
<p style="text-indent: 0px!important; padding-top: 30px;">En wat voor uitwerking!</p>
<p style="text-indent: 0px!important; padding-top: 30px;">Zopas heb ik Vivan Gornick uit. Op de achterflap kijkt ze ons paginagroot aan, een zachte mond, maar een scherp-intelligente blik, het geheel wat weemoedig. Geboren in 1935 in The Bronx en vergroeid met de intellectuele-artistieke ontwikkeling van deze arbeiderswijk in New York behoort zij vandaag tot het selecte groepje niet-definieerbare schrijvers – romans? essays? memoires? literatuurkritiek? Tot voor kort kende ik haar niet, nu wel, en dat ervaar ik als een verrijking. Het boek is een verzameling essays over literatuur, dat wil zeggen: over de liefde tussen mannen en vrouwen, tussen moeders en dochters. Eigenlijk over haarzelf, haar moeder, haar liefdes.</p>
<p> Als je een boek leest, maak je een vergelijking met gelijkaardige boeken – in dit geval is dat nauwelijks mogelijk. Nog nooit las ik dergelijke scherpzinnige, ontroerende, berustende, rebellerende, eigentijdse opmerkingen over liefdesverhoudingen. Gornick hangt haar eigen gedachten op aan verhalen geschreven door Amerikaanse, meestal vrouwelijke auteurs. Het merendeel dateert uit een vervlogen tijdperk, vooral eind negentiende en begin twintigste eeuw: Clover Adams, Kate Chopin, Jean Rhys, Willa Cather, Christina Stead, Grace Paley, voor mij allemaal illustere onbekenden. Acht essays kregen als titel een van die namen, drie essays dragen een echte titel, waaronder <em>Het einde van de liefdesroman </em>die meteen ook voor het boek gebruikt werd, terwijl naar mijn aanvoelen de titel van een ander essay, <em>Meedogenloze intimiteiten</em>, een betere keuze was geweest. </p>
<p>De eerste twintig pagina’s was het even doorbijten – George Meredith? <em>Diana of the Crossways?</em> 1885? – maar het lovende voorwoord van Marja Pruis gecombineerd met een overdonderende bespreking door Connie Palmen (<em>De Volkskrant</em>, 27 oktober 2020) maakten dat ik verder las. Nog eens twintig pagina’s verder was ik van mijn sokken geblazen door zinnetjes waarin zij de condition humaine beschrijft, de verhouding van onszelf tot onszelf en tot anderen. Ik kan de kwaliteit van de essays het best weergeven met een aantal citaten:</p>
<p><em></em><em></em></p>
<p style="text-indent: 0px!important; padding-top: 30px;">‘Eenmaal getrouwd was beoordeeld worden iets waarmee men intiem samenleefde, weken- en maanden- en jarenlang.’</p>
<p style="text-indent: 0px!important; padding-top: 30px;">‘Door de strijd aan te binden met de wereld, konden ze de strijd aangaan met zichzelf.’</p>
<p style="text-indent: 0px!important; padding-top: 30px;">&#8216;Op den duur werd ze precies wat men vrouwen verweet te zijn.’</p>
<p style="text-indent: 0px!important; padding-top: 30px;">‘Vaker dan mannen ontwaakten vrouwen uit de lange droom van de adolescentie om vervolgens te ontdekken dat ze voor altijd in hun leven verstrikt zaten, zonder goed te beseffen hoe ze daarin beland waren’.</p>
<p style="text-indent: 0px!important; padding-top: 30px;">‘Van jongs af aan wist ze dat mannen en vrouwen, maar vooral mannen, hun eigen sensualiteit vrezen, dat deze angst diepgeworteld is en niets met intelligentie en gewoon fatsoen te maken heeft.’</p>
<p style="text-indent: 0px!important; padding-top: 30px;">‘Niet het vermoorden van onze vaders lijkt nu de crux, maar hoe los te komen van onze moeders, en het zijn de dochters die dat loskomen voor elkaar moeten krijgen.’</p>
<p style="text-indent: 0px!important; padding-top: 30px;">&#8216;Meedogenloze intimiteit is erotisch.’</p>
<p></p>
<p style="text-indent: 0px!important; padding-top: 30px;">‘Ken jezelf, word jezelf, verlies jezelf, één methode&#8217; moet ik wel uitbreiden met een tweede: lees goede boeken.</p>
<p>&#160;</p>
<h6><strong>Vivian Gornick (2020)</strong></h6>
<h6><strong><em>Het einde van de liefdesroman. Met een voorwoord van Marja Pruis.</em></strong></h6>
<h6><strong>Amsterdam: Nijgh &#038; Van Ditmar, 227 pagina.</strong></h6>
<h6><strong>ISBN 978 90 388 0800 0</strong></h6>]]></description>
										<content:encoded><![CDATA[<h2>Vivian Gornick<br />
<em>Het einde van de liefdesroman. </em></h2>
<p style="text-indent: 0px!important; padding-top: 30px;">Tien dagen terug was ik klaar met de eerste versie van <em>Intieme vreemden</em>, het essay dat ik schrijf voor de Maand van de Filosofie van 2022. Eindelijk weer tijd om te lezen dus. Wat ik toen niet kon weten is welke diepgaande uitwerking ik zou vinden van een alinea die ik argeloos neergepend had: ‘Ken jezelf, word jezelf, verlies jezelf, één methode: verliefd worden gevolgd door een langdurige liefdesrelatie. Er is geen resultaatverbintenis, verloop en kostprijs zijn onvoorspelbaar, alle clichés blijken juist en terzelfdertijd is elk koppel anders. Het is een methode die ik graag aanbeveel.’ </p>
<p style="text-indent: 0px!important; padding-top: 30px;">En wat voor uitwerking!</p>
<p style="text-indent: 0px!important; padding-top: 30px;">Zopas heb ik Vivan Gornick uit. Op de achterflap kijkt ze ons paginagroot aan, een zachte mond, maar een scherp-intelligente blik, het geheel wat weemoedig. Geboren in 1935 in The Bronx en vergroeid met de intellectuele-artistieke ontwikkeling van deze arbeiderswijk in New York behoort zij vandaag tot het selecte groepje niet-definieerbare schrijvers – romans? essays? memoires? literatuurkritiek? Tot voor kort kende ik haar niet, nu wel, en dat ervaar ik als een verrijking. Het boek is een verzameling essays over literatuur, dat wil zeggen: over de liefde tussen mannen en vrouwen, tussen moeders en dochters. Eigenlijk over haarzelf, haar moeder, haar liefdes.</p>
<p> Als je een boek leest, maak je een vergelijking met gelijkaardige boeken – in dit geval is dat nauwelijks mogelijk. Nog nooit las ik dergelijke scherpzinnige, ontroerende, berustende, rebellerende, eigentijdse opmerkingen over liefdesverhoudingen. Gornick hangt haar eigen gedachten op aan verhalen geschreven door Amerikaanse, meestal vrouwelijke auteurs. Het merendeel dateert uit een vervlogen tijdperk, vooral eind negentiende en begin twintigste eeuw: Clover Adams, Kate Chopin, Jean Rhys, Willa Cather, Christina Stead, Grace Paley, voor mij allemaal illustere onbekenden. Acht essays kregen als titel een van die namen, drie essays dragen een echte titel, waaronder <em>Het einde van de liefdesroman </em>die meteen ook voor het boek gebruikt werd, terwijl naar mijn aanvoelen de titel van een ander essay, <em>Meedogenloze intimiteiten</em>, een betere keuze was geweest. </p>
<p>De eerste twintig pagina’s was het even doorbijten – George Meredith? <em>Diana of the Crossways?</em> 1885? – maar het lovende voorwoord van Marja Pruis gecombineerd met een overdonderende bespreking door Connie Palmen (<em>De Volkskrant</em>, 27 oktober 2020) maakten dat ik verder las. Nog eens twintig pagina’s verder was ik van mijn sokken geblazen door zinnetjes waarin zij de condition humaine beschrijft, de verhouding van onszelf tot onszelf en tot anderen. Ik kan de kwaliteit van de essays het best weergeven met een aantal citaten:</p>
<p><em></em><em></em></p>
<p style="text-indent: 0px!important; padding-top: 30px;">‘Eenmaal getrouwd was beoordeeld worden iets waarmee men intiem samenleefde, weken- en maanden- en jarenlang.’</p>
<p style="text-indent: 0px!important; padding-top: 30px;">‘Door de strijd aan te binden met de wereld, konden ze de strijd aangaan met zichzelf.’</p>
<p style="text-indent: 0px!important; padding-top: 30px;">&#8216;Op den duur werd ze precies wat men vrouwen verweet te zijn.’</p>
<p style="text-indent: 0px!important; padding-top: 30px;">‘Vaker dan mannen ontwaakten vrouwen uit de lange droom van de adolescentie om vervolgens te ontdekken dat ze voor altijd in hun leven verstrikt zaten, zonder goed te beseffen hoe ze daarin beland waren’.</p>
<p style="text-indent: 0px!important; padding-top: 30px;">‘Van jongs af aan wist ze dat mannen en vrouwen, maar vooral mannen, hun eigen sensualiteit vrezen, dat deze angst diepgeworteld is en niets met intelligentie en gewoon fatsoen te maken heeft.’</p>
<p style="text-indent: 0px!important; padding-top: 30px;">‘Niet het vermoorden van onze vaders lijkt nu de crux, maar hoe los te komen van onze moeders, en het zijn de dochters die dat loskomen voor elkaar moeten krijgen.’</p>
<p style="text-indent: 0px!important; padding-top: 30px;">&#8216;Meedogenloze intimiteit is erotisch.’</p>
<p></p>
<p style="text-indent: 0px!important; padding-top: 30px;">‘Ken jezelf, word jezelf, verlies jezelf, één methode&#8217; moet ik wel uitbreiden met een tweede: lees goede boeken.</p>
<p>&nbsp;</p>
<h6><strong>Vivian Gornick (2020)</strong></h6>
<h6><strong><em>Het einde van de liefdesroman. Met een voorwoord van Marja Pruis.</em></strong></h6>
<h6><strong>Amsterdam: Nijgh &#038; Van Ditmar, 227 pagina.</strong></h6>
<h6><strong>ISBN 978 90 388 0800 0</strong></h6>]]></content:encoded>
					
		
		
			</item>
		<item>
		<title>Rebecca Solnit</title>
		<link>https://boekenblog.paulverhaeghe.com/rebecca-solnit/?utm_source=rss&#038;utm_medium=rss&#038;utm_campaign=rebecca-solnit</link>
		
		<dc:creator><![CDATA[Paul Verhaeghe]]></dc:creator>
		<pubDate>Fri, 10 Dec 2021 15:41:00 +0000</pubDate>
				<category><![CDATA[Geen categorie]]></category>
		<guid isPermaLink="false">https://boekenblog.paulverhaeghe.com/?p=2670</guid>

					<description><![CDATA[<h2>Rebecca Solnit<br />
<em>Wiens verhaal is dit? </em></h2>
<p style="text-indent: 0px!important; padding-top: 30px;">Rebecca Solnit behoort tot de belangrijkste Amerikaanse denkers van onze tijd – haar essays worden om de zoveel tijd thematisch gebundeld en in boekvorm uitgegeven. <em>Wiens verhaal is dit?</em> is zo’n bundeling, in een mooie, handzame hardcover. Ze schrijft vlot leesbaar over onderwerpen waar we allemaal mee te maken hebben. De context is Amerikaans, maar haar beschrijvingen zijn universeel. Telkens opnieuw slaagt ze erin het denken van haar lezers open te trekken door andere perspectieven te tonen. </p>
<p>Wat deze bundel zo bijzonder maakt, is het optimisme, toch een zeldzaamheid vandaag de dag. Solnit toont hoe we niet beseffen welke ingrijpende positieve wijzigingen er op korte tijd plaatsgegrepen hebben, bijvoorbeeld op vlak van onderwijs en vrouwenrechten; hoe de geesten heel recent aan het kantelen geslagen zijn inzake klimaat, kapitalisme, en natuur. “De wereld waarin ik geboren werd, bestaat niet meer” (haar geboortejaar is 1961).</p>
<p> Tezelfdertijd is ze niet naïef, ze weet wat er op het spel staat. Net zoals veel critici beseft ze dat we naar een andere vorm van economie moeten, met duurzaamheid in plaats van groei, dat democratie onder vuur ligt en dat de klimaatverandering ons niet veel spelruimte meer laat. Het is geen toeval dat het thema macht een terugkerende rode draad is in deze bundel, vaak macht uitgeoefend door mannen over vrouwen. “Zowel sexy zijn als niet sexy zijn kan tot straf leiden, en de ideale vrouw wordt geacht beide, geen van beide en iets onmogelijks ertussenin te zijn.” Maar de machtsverhoudingen en bijbehorende effecten die Solnit beschrijft, kan je toepassen op élk onevenwicht. De vraag is hoe we die kunnen veranderen. </p>
<p> Het is al vaker gezegd: veranderingen hebben te maken met wijzigingen in het narratief, in de grote verhalen. Een wereld gedomineerd door een economisch verhaal is een andere wereld dan een die geïnspireerd wordt door een ecologisch narratief. Daarbij gaat het niet alleen over de vraag welk verhaal juist of fout is, het gaat vooral over de vraag naar wie er geluisterd wordt. Vrouwen wisten al heel lang waar er misbruik gebeurde en door wie, maar er werd niet naar hen geluisterd. Wetenschappers wisten al heel lang dat het de verkeerde richting uitgaat met het klimaat, maar er werd niet naar hen geluisterd. Gekleurde mensen wisten al heel lang dat de politie gewelddadig-racistisch is, maar er werd niet naar hen geluisterd. Het laatste decennium is dat aan het kantelen, nu worden deze groepen wèl gehoord en krijgen ze meer zeggenschap.  </p>
<p>Zeggenschap komt er niet vanzelf, ze wordt veroverd. Dat hebben we niet te danken aan Grote Leiders, die zijn vooral goed in het ronselen van volgelingen op wie ze vervolgens neerkijken. We hebben het zeker niet te danken aan de superheld uit de Hollywoodfilms die op zijn eentje de planeet redt in weerwil van de massa die steevast als dom en paniekerig afgeschilderd wordt. Het veroveren van zeggenschap moeten we zèlf doen, zij het met dank aan mensen die Solnit benoemt als ‘wekkers’: altijd worden sommigen zich eerder bewust van kwalijke evoluties, en gelukkig gaan ze dan aan de bel trekken om ons wakker te schudden. Wekkers vind je terug bij alle belangrijke maatschappelijke veranderingen. Zo is de tweede feministische golf er alleen maar gekomen dankzij de vele vrouwen en een paar mannen die elk op hun manier voor een bewustwording gezorgd hebben in hun omgeving. Hun namen zijn grotendeels vergeten, maar de huidige generatie plukt ongeweten de vruchten van hun inspanningen. Naast mensen die ons wekken heeft Solnit het ook over ‘katalysators’: bepaalde individuen versnellen en vergroten een groepsproces dat reeds bezig was, waardoor een maatschappelijke evolutie door nog meer mensen gedragen wordt.</p>
<p>Een dergelijke evolutie is tegenwoordig volop bezig, aan de basis van de maatschappij en in weerwil van De Grote Leiders. Een groeiende meerderheid is voorstander van maatregelen tegen de klimaatverandering en voor rechtvaardige belastingen. Ze worden tegengewerkt door hun eigen overheid, ook bij ons, terwijl alle wetenschappelijke adviezen dergelijke maatregelen onderbouwen. De kloof tussen politiek en burger is ondertussen een spagaat van olympisch formaat. En ja, er gebeuren wel degelijk veranderingen in de goede richting, dankzij mensen die zich organiseren en bijvoorbeeld de eigen overheid voor de rechtbank dagen. Het stemhokje volstaat al meerdere decennia niet meer om de ‘verkozenen des volks’ te beoordelen, laat staan te veroordelen voor de gevolgen van hun beleid; daarvoor is de rechtbank tegenwoordig een meer efficiënte plaats.</p>
<p> Het boek eindigt met een ontroerend mooie brief aan de klimaatjongeren. <em>“We leggen de grondvesten voor een andere omgeving, voor een andere maatschappij, en ondanks het regressieve getier in het centrum van de macht zijn er geen tekenen dat dit wijdverbreide proces zal stoppen.”</em></p>
<p> Ik geef haar gelijk. Alleen hoop ik dat we voldoende tijd krijgen om het tij te keren. </p>
<p>&#160;</p>
<h6><strong>Rebecca Solnit (2020)</strong></h6>
<h6><strong><em>Wiens verhaal is dit?</em></strong></h6>
<h6><strong>Amsterdam: Uitgeverij Podium, 237 pagina’s.</strong></h6>
<h6><strong>978 90 5759  511 0</strong></h6>]]></description>
										<content:encoded><![CDATA[<h2>Rebecca Solnit<br />
<em>Wiens verhaal is dit? </em></h2>
<p style="text-indent: 0px!important; padding-top: 30px;">Rebecca Solnit behoort tot de belangrijkste Amerikaanse denkers van onze tijd – haar essays worden om de zoveel tijd thematisch gebundeld en in boekvorm uitgegeven. <em>Wiens verhaal is dit?</em> is zo’n bundeling, in een mooie, handzame hardcover. Ze schrijft vlot leesbaar over onderwerpen waar we allemaal mee te maken hebben. De context is Amerikaans, maar haar beschrijvingen zijn universeel. Telkens opnieuw slaagt ze erin het denken van haar lezers open te trekken door andere perspectieven te tonen. </p>
<p>Wat deze bundel zo bijzonder maakt, is het optimisme, toch een zeldzaamheid vandaag de dag. Solnit toont hoe we niet beseffen welke ingrijpende positieve wijzigingen er op korte tijd plaatsgegrepen hebben, bijvoorbeeld op vlak van onderwijs en vrouwenrechten; hoe de geesten heel recent aan het kantelen geslagen zijn inzake klimaat, kapitalisme, en natuur. “De wereld waarin ik geboren werd, bestaat niet meer” (haar geboortejaar is 1961).</p>
<p> Tezelfdertijd is ze niet naïef, ze weet wat er op het spel staat. Net zoals veel critici beseft ze dat we naar een andere vorm van economie moeten, met duurzaamheid in plaats van groei, dat democratie onder vuur ligt en dat de klimaatverandering ons niet veel spelruimte meer laat. Het is geen toeval dat het thema macht een terugkerende rode draad is in deze bundel, vaak macht uitgeoefend door mannen over vrouwen. “Zowel sexy zijn als niet sexy zijn kan tot straf leiden, en de ideale vrouw wordt geacht beide, geen van beide en iets onmogelijks ertussenin te zijn.” Maar de machtsverhoudingen en bijbehorende effecten die Solnit beschrijft, kan je toepassen op élk onevenwicht. De vraag is hoe we die kunnen veranderen. </p>
<p> Het is al vaker gezegd: veranderingen hebben te maken met wijzigingen in het narratief, in de grote verhalen. Een wereld gedomineerd door een economisch verhaal is een andere wereld dan een die geïnspireerd wordt door een ecologisch narratief. Daarbij gaat het niet alleen over de vraag welk verhaal juist of fout is, het gaat vooral over de vraag naar wie er geluisterd wordt. Vrouwen wisten al heel lang waar er misbruik gebeurde en door wie, maar er werd niet naar hen geluisterd. Wetenschappers wisten al heel lang dat het de verkeerde richting uitgaat met het klimaat, maar er werd niet naar hen geluisterd. Gekleurde mensen wisten al heel lang dat de politie gewelddadig-racistisch is, maar er werd niet naar hen geluisterd. Het laatste decennium is dat aan het kantelen, nu worden deze groepen wèl gehoord en krijgen ze meer zeggenschap.  </p>
<p>Zeggenschap komt er niet vanzelf, ze wordt veroverd. Dat hebben we niet te danken aan Grote Leiders, die zijn vooral goed in het ronselen van volgelingen op wie ze vervolgens neerkijken. We hebben het zeker niet te danken aan de superheld uit de Hollywoodfilms die op zijn eentje de planeet redt in weerwil van de massa die steevast als dom en paniekerig afgeschilderd wordt. Het veroveren van zeggenschap moeten we zèlf doen, zij het met dank aan mensen die Solnit benoemt als ‘wekkers’: altijd worden sommigen zich eerder bewust van kwalijke evoluties, en gelukkig gaan ze dan aan de bel trekken om ons wakker te schudden. Wekkers vind je terug bij alle belangrijke maatschappelijke veranderingen. Zo is de tweede feministische golf er alleen maar gekomen dankzij de vele vrouwen en een paar mannen die elk op hun manier voor een bewustwording gezorgd hebben in hun omgeving. Hun namen zijn grotendeels vergeten, maar de huidige generatie plukt ongeweten de vruchten van hun inspanningen. Naast mensen die ons wekken heeft Solnit het ook over ‘katalysators’: bepaalde individuen versnellen en vergroten een groepsproces dat reeds bezig was, waardoor een maatschappelijke evolutie door nog meer mensen gedragen wordt.</p>
<p>Een dergelijke evolutie is tegenwoordig volop bezig, aan de basis van de maatschappij en in weerwil van De Grote Leiders. Een groeiende meerderheid is voorstander van maatregelen tegen de klimaatverandering en voor rechtvaardige belastingen. Ze worden tegengewerkt door hun eigen overheid, ook bij ons, terwijl alle wetenschappelijke adviezen dergelijke maatregelen onderbouwen. De kloof tussen politiek en burger is ondertussen een spagaat van olympisch formaat. En ja, er gebeuren wel degelijk veranderingen in de goede richting, dankzij mensen die zich organiseren en bijvoorbeeld de eigen overheid voor de rechtbank dagen. Het stemhokje volstaat al meerdere decennia niet meer om de ‘verkozenen des volks’ te beoordelen, laat staan te veroordelen voor de gevolgen van hun beleid; daarvoor is de rechtbank tegenwoordig een meer efficiënte plaats.</p>
<p> Het boek eindigt met een ontroerend mooie brief aan de klimaatjongeren. <em>“We leggen de grondvesten voor een andere omgeving, voor een andere maatschappij, en ondanks het regressieve getier in het centrum van de macht zijn er geen tekenen dat dit wijdverbreide proces zal stoppen.”</em></p>
<p> Ik geef haar gelijk. Alleen hoop ik dat we voldoende tijd krijgen om het tij te keren. </p>
<p>&nbsp;</p>
<h6><strong>Rebecca Solnit (2020)</strong></h6>
<h6><strong><em>Wiens verhaal is dit?</em></strong></h6>
<h6><strong>Amsterdam: Uitgeverij Podium, 237 pagina’s.</strong></h6>
<h6><strong>978 90 5759  511 0</strong></h6>]]></content:encoded>
					
		
		
			</item>
		<item>
		<title>Tinneke Beeckman</title>
		<link>https://boekenblog.paulverhaeghe.com/door-spinozas-lens-machiavellis-lef/?utm_source=rss&#038;utm_medium=rss&#038;utm_campaign=door-spinozas-lens-machiavellis-lef</link>
		
		<dc:creator><![CDATA[Paul Verhaeghe]]></dc:creator>
		<pubDate>Sun, 05 Dec 2021 10:03:29 +0000</pubDate>
				<category><![CDATA[Geen categorie]]></category>
		<guid isPermaLink="false">https://boekenblog.paulverhaeghe.com/?p=2637</guid>

					<description><![CDATA[<h1> Tinneke Beeckman </h1>
<p>&#160;</p>
<h2 padding-top: 30px;"> <em> Door Spinoza’s lens </em> </h2>
<h2> <em> Machiavelli’s lef </em> </h2>
<p style="text-indent: 0px!important; padding-top: 30px;">Een tijd terug (ik had toen nog geen boekenblog) las ik <em>Door Spinoza’s lens</em> – ik herinner me nog dat ik het boek twee keer na elkaar gelezen heb, zozeer was ik geboeid door de aanpak van Tinneke Beeckman. Spinoza (1632-1677) is een figuur die mij al heel lang intrigeert en wiens denken tot vandaag de dag vooruit is op de tijd – wij zitten nog altijd vast in een hokjesdenken, terwijl hij toen al de wereld als een netwerk zag. Dat Spinoza zijn boterham verdiende als lenzenslijper is prachtig: hij hielp mensen zowel figuurlijk als letterlijk aan een beter zicht op de dingen.</p>
<p>Het boek bekijkt zes thema’s door zijn én haar lens, thema’s die niet van de minste zijn: vrij debat, geloof en politiek; revolte en manifestatie; politiek en moraal; meditatie; Darwin; seksualiteit. De relevantie van Spinoza’s ideeën voor onze tijd loopt als rode draad door het geheel, vandaar dat ik het boek graag opnieuw onder de aandacht breng. <em>Door Spinoza’s lens</em> wordt regelmatig herdrukt, en dat maakt me blij – er zijn nog altijd voldoende mensen met belangstelling voor degelijk werk.</p>
<p style="text-indent: 0px!important; padding-top: 30px;">Gesterkt door deze ervaring keek ik uit naar <em>Machiavelli’s lef,</em> en ja hoor, ook dit boek verdient een plaats onder de kerstboom. Gezien de politieke Janboel is het erg actueel, maar niet alleen actueel, want net zoals Spinoza is Machiavelli (1469-1527) tijdloos. Beeckman schuift vijf van zijn stellingen naar voor en wijdt aan elk een hoofdstuk: politiek is conflict; noodzaak is goed voor jou; deugd is voortreffelijkheid; wie houdt de spiegel vast? vrijheid is het hoogste goed. Opnieuw legt ze uitdrukkelijke verbanden met de actualiteit.</p>
<p> Voorafgaand aan de stellingen weerlegt ze het populaire beeld dat ook ik van deze politieke filosoof had. Net zoals Freud geen freudiaan was, is Machiavelli geen machiavellist, dat wil zeggen niet de karikatuur die men van hen beiden gemaakt heeft. Dat Beeckman tijdens haar universitaire studies filosofie nauwelijks iets over hem te horen kreeg, zegt veel over de universiteit – het was … Spinoza die haar op het belang van Machiavelli wees.</p>
<h3>Politiek is conflict</h3>
<p style="text-indent: 0px!important; padding-top: 30px;">Bent u het ook kotsbeu om politici te horen emmeren over ‘het draagvlak’ en ‘het gebrek’ daaraan? Politiek is conflict, niet het opzoeken van het makke midden, want dat spreidt enkel het bedje voor extremisten. Voor Machiavelli handelt politiek altijd over een strijd tussen elite en volk. Beide termen worden tegenwoordig door verschillende partijen misbruikt, waardoor de kernvraag verloren gaat: wie heeft er de macht in handen, wie niet? Machiavelli is daarin duidelijk: het volk wil zichzelf besturen, de elite wil het volk onderwerpen om er economische voordelen uit te halen, het conflict is onvermijdelijk. Machiavelli heeft meer vertrouwen in het volk dan in de elite, ook op intellectueel vlak. Onder volk begrijpt hij een groep georganiseerde burgers, niet de revolutionaire massa’s waarvan Gustave Lebon vier eeuwen later het gevaar zal beschrijven. </p>
<p> Ondanks zijn voorkeur houdt hij geen pleidooi voor een onbeperkte macht van het volk; in zijn intelligente blik is er altijd een tegengewicht nodig die voor de nodige inperking van de macht zorgt. Beide partijen (volk en elite) zijn noodzakelijk, anders ontstaat er een tirannie, hetzij van de elite over het volk, hetzij omgekeerd. </p>
<p> Als het onevenwicht tussen volk en elite te groot wordt, dan volgt het volk een sterke man die hun onvrede mobiliseert. Vervolgens neemt die man de macht van de elite over en gebruikt die autoriteit tégen het volk. In het omgekeerde geval, wanneer de elite zich onderdrukt weet, volgt zij een leider die het volk als een zootje afschildert dat de knoet verdient – het resultaat is onderdrukking en vervolgens een uitbarsting van geweld. Herkenbaar, niet?</p>
<h3>Noodzaak is goed voor jou</h3>
<p style="text-indent: 0px!important; padding-top: 30px;">Noodzaak kan goed zijn – de verdedigers van de verzorgingsstaat zullen steigeren bij een dergelijk idee, maar het is wel juist. Pas als er echt noodzaak is, komen we tot handelen en worden een aantal dingen vanzelfsprekend, samenwerking bijvoorbeeld. <em>Necessità</em> kweekt zelfdiscipline, wat op zich al een voordeel is, en maakt mensen inventief. Overvloed maakt ons gemakzuchtig en zelfgenoegzaam, waarbij een dominante groep de noodzaak bij een andere groep kan miskennen. Het idee van ‘too big to fail’ is ronduit gevaarlijk, het maakt de onafwendbare mislukking nog vele malen groter. Een politiek-maatschappelijke crisis legt de systeemfouten bloot en dwingt tot verandering, met als mogelijke uitkomst dat het voorheen ondenkbare toch realiteit wordt, ten goede of ten kwade. Er is <em>virtù</em>, deugdzaamheid, nodig om onder tijdsdruk goede beslissingen te nemen.</p>
<h3>Deugd is voortreffelijkheid</h3>
<p style="text-indent: 0px!important; padding-top: 30px;"> Wat Machiavelli als deugdzaamheid begrijpt in de politiek, verklaart zijn slechte reputatie – vooral bij de religieuze machtshebbers, die hem een blijvend slechte pers bezorgd hebben. Natuurlijk moet een politicus moreel hoogstaand zijn, maar wie alleen maar goed is, komt nergens en zonder macht bereikt hij niets. De eerste opdracht is het veroveren van macht, anders lopen immorele mensen over je heen. Nobele doelen vooropstellen en politiek bedrijven vanuit een positie van morele zuiverheid is niet alleen utopisch maar in de praktijk zeer gevaarlijk – wie wordt er uiteindelijk niet weggezuiverd? Hoe kan je, als gewetensvol politicus of burger, schaamteloze figuren die met alle mogelijke middelen de macht willen verwerven, toch tegenhouden? Daar heb je politici voor nodig die de nodige deugden bezitten. </p>
<p>Maar wat is <em>virtù</em>? Deugd is het zo voortreffelijk mogelijk ontwikkelen van de eigen mogelijkheden én deze in de praktijk brengen door voortdurend aan je gedrag te schaven – de inspiratie is duidelijk Aristotelisch. Moed staat daarbij voorop, nederigheid vindt Machiavelli maar niks. Hij zal deze bij uitstek christelijke deugd verwerpen en daarmee de gevestigde macht tegen zich krijgen, ook al omdat hij de bijbehorende schijn van pausen en kardinalen doorprikt. Op de koop toe vindt hij schijn niet per definitie slecht en soms zelfs noodzakelijk. Tegenover nederigheid plaatst hij lef, om bijvoorbeeld kordate beslissingen te nemen die moreel onjuist lijken, maar die op een langere termijn wel de vrijheid van de staat ten goede komen. Dat laatste is het belangrijkste doel voor een politicus, en soms vraagt dat beslissingen die ingaan tegen diens geweten.&#8230; <a href="https://boekenblog.paulverhaeghe.com/door-spinozas-lens-machiavellis-lef/" class="read-more">Lees verder </a></p>]]></description>
										<content:encoded><![CDATA[<h1> Tinneke Beeckman </h1>
<p>&nbsp;</p>
<h2 padding-top: 30px;"> <em> Door Spinoza’s lens </em> </h2>
<h2> <em> Machiavelli’s lef </em> </h2>
<p style="text-indent: 0px!important; padding-top: 30px;">Een tijd terug (ik had toen nog geen boekenblog) las ik <em>Door Spinoza’s lens</em> – ik herinner me nog dat ik het boek twee keer na elkaar gelezen heb, zozeer was ik geboeid door de aanpak van Tinneke Beeckman. Spinoza (1632-1677) is een figuur die mij al heel lang intrigeert en wiens denken tot vandaag de dag vooruit is op de tijd – wij zitten nog altijd vast in een hokjesdenken, terwijl hij toen al de wereld als een netwerk zag. Dat Spinoza zijn boterham verdiende als lenzenslijper is prachtig: hij hielp mensen zowel figuurlijk als letterlijk aan een beter zicht op de dingen.</p>
<p>Het boek bekijkt zes thema’s door zijn én haar lens, thema’s die niet van de minste zijn: vrij debat, geloof en politiek; revolte en manifestatie; politiek en moraal; meditatie; Darwin; seksualiteit. De relevantie van Spinoza’s ideeën voor onze tijd loopt als rode draad door het geheel, vandaar dat ik het boek graag opnieuw onder de aandacht breng. <em>Door Spinoza’s lens</em> wordt regelmatig herdrukt, en dat maakt me blij – er zijn nog altijd voldoende mensen met belangstelling voor degelijk werk.</p>
<p style="text-indent: 0px!important; padding-top: 30px;">Gesterkt door deze ervaring keek ik uit naar <em>Machiavelli’s lef,</em> en ja hoor, ook dit boek verdient een plaats onder de kerstboom. Gezien de politieke Janboel is het erg actueel, maar niet alleen actueel, want net zoals Spinoza is Machiavelli (1469-1527) tijdloos. Beeckman schuift vijf van zijn stellingen naar voor en wijdt aan elk een hoofdstuk: politiek is conflict; noodzaak is goed voor jou; deugd is voortreffelijkheid; wie houdt de spiegel vast? vrijheid is het hoogste goed. Opnieuw legt ze uitdrukkelijke verbanden met de actualiteit.</p>
<p> Voorafgaand aan de stellingen weerlegt ze het populaire beeld dat ook ik van deze politieke filosoof had. Net zoals Freud geen freudiaan was, is Machiavelli geen machiavellist, dat wil zeggen niet de karikatuur die men van hen beiden gemaakt heeft. Dat Beeckman tijdens haar universitaire studies filosofie nauwelijks iets over hem te horen kreeg, zegt veel over de universiteit – het was … Spinoza die haar op het belang van Machiavelli wees.</p>
<h3>Politiek is conflict</h3>
<p style="text-indent: 0px!important; padding-top: 30px;">Bent u het ook kotsbeu om politici te horen emmeren over ‘het draagvlak’ en ‘het gebrek’ daaraan? Politiek is conflict, niet het opzoeken van het makke midden, want dat spreidt enkel het bedje voor extremisten. Voor Machiavelli handelt politiek altijd over een strijd tussen elite en volk. Beide termen worden tegenwoordig door verschillende partijen misbruikt, waardoor de kernvraag verloren gaat: wie heeft er de macht in handen, wie niet? Machiavelli is daarin duidelijk: het volk wil zichzelf besturen, de elite wil het volk onderwerpen om er economische voordelen uit te halen, het conflict is onvermijdelijk. Machiavelli heeft meer vertrouwen in het volk dan in de elite, ook op intellectueel vlak. Onder volk begrijpt hij een groep georganiseerde burgers, niet de revolutionaire massa’s waarvan Gustave Lebon vier eeuwen later het gevaar zal beschrijven. </p>
<p> Ondanks zijn voorkeur houdt hij geen pleidooi voor een onbeperkte macht van het volk; in zijn intelligente blik is er altijd een tegengewicht nodig die voor de nodige inperking van de macht zorgt. Beide partijen (volk en elite) zijn noodzakelijk, anders ontstaat er een tirannie, hetzij van de elite over het volk, hetzij omgekeerd. </p>
<p> Als het onevenwicht tussen volk en elite te groot wordt, dan volgt het volk een sterke man die hun onvrede mobiliseert. Vervolgens neemt die man de macht van de elite over en gebruikt die autoriteit tégen het volk. In het omgekeerde geval, wanneer de elite zich onderdrukt weet, volgt zij een leider die het volk als een zootje afschildert dat de knoet verdient – het resultaat is onderdrukking en vervolgens een uitbarsting van geweld. Herkenbaar, niet?</p>
<h3>Noodzaak is goed voor jou</h3>
<p style="text-indent: 0px!important; padding-top: 30px;">Noodzaak kan goed zijn – de verdedigers van de verzorgingsstaat zullen steigeren bij een dergelijk idee, maar het is wel juist. Pas als er echt noodzaak is, komen we tot handelen en worden een aantal dingen vanzelfsprekend, samenwerking bijvoorbeeld. <em>Necessità</em> kweekt zelfdiscipline, wat op zich al een voordeel is, en maakt mensen inventief. Overvloed maakt ons gemakzuchtig en zelfgenoegzaam, waarbij een dominante groep de noodzaak bij een andere groep kan miskennen. Het idee van ‘too big to fail’ is ronduit gevaarlijk, het maakt de onafwendbare mislukking nog vele malen groter. Een politiek-maatschappelijke crisis legt de systeemfouten bloot en dwingt tot verandering, met als mogelijke uitkomst dat het voorheen ondenkbare toch realiteit wordt, ten goede of ten kwade. Er is <em>virtù</em>, deugdzaamheid, nodig om onder tijdsdruk goede beslissingen te nemen.</p>
<h3>Deugd is voortreffelijkheid</h3>
<p style="text-indent: 0px!important; padding-top: 30px;"> Wat Machiavelli als deugdzaamheid begrijpt in de politiek, verklaart zijn slechte reputatie – vooral bij de religieuze machtshebbers, die hem een blijvend slechte pers bezorgd hebben. Natuurlijk moet een politicus moreel hoogstaand zijn, maar wie alleen maar goed is, komt nergens en zonder macht bereikt hij niets. De eerste opdracht is het veroveren van macht, anders lopen immorele mensen over je heen. Nobele doelen vooropstellen en politiek bedrijven vanuit een positie van morele zuiverheid is niet alleen utopisch maar in de praktijk zeer gevaarlijk – wie wordt er uiteindelijk niet weggezuiverd? Hoe kan je, als gewetensvol politicus of burger, schaamteloze figuren die met alle mogelijke middelen de macht willen verwerven, toch tegenhouden? Daar heb je politici voor nodig die de nodige deugden bezitten. </p>
<p>Maar wat is <em>virtù</em>? Deugd is het zo voortreffelijk mogelijk ontwikkelen van de eigen mogelijkheden én deze in de praktijk brengen door voortdurend aan je gedrag te schaven – de inspiratie is duidelijk Aristotelisch. Moed staat daarbij voorop, nederigheid vindt Machiavelli maar niks. Hij zal deze bij uitstek christelijke deugd verwerpen en daarmee de gevestigde macht tegen zich krijgen, ook al omdat hij de bijbehorende schijn van pausen en kardinalen doorprikt. Op de koop toe vindt hij schijn niet per definitie slecht en soms zelfs noodzakelijk. Tegenover nederigheid plaatst hij lef, om bijvoorbeeld kordate beslissingen te nemen die moreel onjuist lijken, maar die op een langere termijn wel de vrijheid van de staat ten goede komen. Dat laatste is het belangrijkste doel voor een politicus, en soms vraagt dat beslissingen die ingaan tegen diens geweten.&hellip; <a href="https://boekenblog.paulverhaeghe.com/door-spinozas-lens-machiavellis-lef/" class="read-more">Lees verder </a></p>]]></content:encoded>
					
		
		
			</item>
		<item>
		<title>Suzanne Simard</title>
		<link>https://boekenblog.paulverhaeghe.com/suzanne-simard/?utm_source=rss&#038;utm_medium=rss&#038;utm_campaign=suzanne-simard</link>
		
		<dc:creator><![CDATA[Paul Verhaeghe]]></dc:creator>
		<pubDate>Tue, 03 Aug 2021 05:26:05 +0000</pubDate>
				<category><![CDATA[Geen categorie]]></category>
		<guid isPermaLink="false">https://boekenblog.paulverhaeghe.com/?p=2586</guid>

					<description><![CDATA[<h1>Suzanne Simard</h1>
<h2><em>Zoeken naar de moederboom. Ontdek de wijsheid van bossen</em>.</h2>
<p style="text-indent: 0px!important; padding-top: 30px;">In <em>Het vernuft van planten</em> (zie mijn vorige bespreking) gaat de auteur uit van een klassiek Darwiniaans model, waarin planten en bomen in een dodelijke concurrentie verwikkeld zijn met elkaar om toch maar voldoende licht en ruimte te hebben. </p>
<p>In dat perspectief is de natuur een <em>zero sum game</em>: wat de ene plant wint (aan licht, ruimte en voeding), verliest een andere. Tezelfdertijd uit De Cleene herhaaldelijk zijn twijfels of deze benadering wel volstaat om het mysterie van het leven te begrijpen.</p>
<h3>Het leven is géén langgerekte concurrentieslag</h3>
<p style="text-indent: 0px!important; padding-top: 30px;">Wat ik na de lectuur van <em>Zoeken naar de moederboom</em> met zekerheid weet, is dat een lezing van het leven als één langgerekte concurrentieslag grondig fout is, zelfs in de wereld van planten, struiken en bomen. Het is een typische testosterongedreven visie van mannelijke wetenschappers, terwijl vrouwelijke onderzoekers vooral samenwerking ontdekken. </p>
<p>In de dierenwereld zijn Jane Goodall en Dian Fossey op dat vlak de meest bekende pioniers. Recent vervoegt de Canadese Suzanne Simard hun rijtje met haar levenslang onderzoekswerk naar bomen, bossen en schimmels.</p>
<p><em>Zoeken naar de moederboom</em> is een fascinerend boek, het is een van die zeldzame studies die bijdragen tot een paradigmashift in de wetenschap. Dat wil zeggen: tot een radicaal andere visie dan de courante. De lezer zal nadien nooit meer op dezelfde manier naar een verzameling bomen kijken en er hopelijk ook op een andere manier mee omgaan dan voorheen.</p>
<p style="text-indent: 0px!important; padding-top: 30px;">Wie ooit het privilege gehad heeft om de eeuwenoude levensbomen te ervaren (ervaren is echt wel het juiste woord) vergeet dat nooit. Tien jaar geleden zag ik ze in de buurt van Vancouver Island, de hoogste meer dan tachtig meter hoog (drie kerktorens op elkaar!). Sommige zijn duizend jaar oud, met een stamomtrek bij de basis van ruim twintig meter. </p>
<p>Dergelijke exemplaren zijn zeldzaam geworden, je vindt ze nog op een paar geïsoleerde eilandjes die je toen enkel met een soort waterscooter kon bereiken (het ding zag er verontrustend gammel uit; toen mijn vrouw haar twijfels uitte, luidde het laconieke antwoord van de <em></em><em>ranger</em>:‘Swimming is not part of the program’). Een nagenoeg ongerept regenwoud is pure magie, de van vochtgeuren bezwangerde lucht zorgt letterlijk voor verademing.</p>
<h3>Levenslessen van levensbomen</h3>
<p style="text-indent: 0px!important; padding-top: 30px;">Laat Suzanne Simard, hoogleraar bosecologie nu net die bossen bestuderen, in het westen van Canada (British Columbia). Geboren in 1961 groeit ze op in een familie die al een paar generaties van de houtvesterij leeft; de kennis van bosbouw en bomen krijgt ze spelenderwijs mee. </p>
<p>Haar opleiding, een bachelor bosbouwkunde, leidt tot een eerste job in dezelfde sector, in de periode waar winstmaximalisatie op korte termijn de toon zet. Hectares bos worden integraal omgehakt, herbeplanting gebeurt met de meest ‘productieve’ boomsoorten, ‘concurrerende’ bomen en struiken worden radicaal bestreden met het ondertussen infame Roundup en aanverwanten. </p>
<p>De jonge Simard moet de in slagorde aangelegde herbeplantingen controleren. Wat blijkt? De boompjes doen het rotslecht, ondanks het feit dat ze volgens de toen vigerende regels aangeplant zijn. Ze hebben meer dan voldoende licht en lucht, de wortels zitten diep genoeg in de bodem, er zijn geen concurrenten voor vocht en voedsel. Toch staan de jonge coniferen weg te kwijnen. Er klopt iets niet.</p>
<p>In de daaropvolgende periode gaat ze op zoek naar verklaringen. Wanneer ze gezonde jonge boompjes uitgraaft en vergelijkt met de wegkwijnende, ontdekt ze dat de worteltoppen van de gezonde exemplaren omstrengeld zijn met zwamdraden. </p>
<h3>Symbiose of plantaardig ‘samenleven’</h3>
<p style="text-indent: 0px!important; padding-top: 30px;">Ze herinnert zich een les uit een landbouwcursus, waar een docent verteld had over recente ontdekkingen: dat zwamwortels voedselgewassen helpen groeien omdat zij met hun fijnmazig, vaak kilometerslang netwerk, mineralen, voedingsstoffen en water konden bereiken waar de planten zelf niet bij geraakten. Op een of andere manier wisselen fungi en voedselgewassen dingen met elkaar uit. Zou hetzelfde het geval kunnen zijn tussen bomen en zwammen?</p>
<p>Het idee klinkt knettergek, en gaat om minstens twee redenen regelrecht in tegen de toenmalige dominante invulling van de evolutieleer. De heersende overtuiging poneert dat de natuur een voortdurende strijd is van alles tegen iedereen, samenwerking is voor mietjes. Als er al een vorm van wederzijdse hulp bestaat, dan gebeurt die enkel tussen familieleden (eigen genen eerst). </p>
<p>Met dergelijke opvattingen kregen egoïsme en racisme een wetenschappelijke grond, wat vanaf de jaren tachtig luidkeels gepropageerd werd door de nieuwste versie van het sociaaldarwinisme, beter bekend als het neoliberalisme (‘Greed is good!’). De komende veertig jaar zal Simard beide stellingen op grond van degelijk onderzoek weerleggen en aantonen hoe het woud één groot samenwerkingssysteem is.</p>
<p>Haar carrière start wanneer ze als bosbouwonderzoeker mag werken bij de Forest Service, waar ze de kans krijgt haar eerste hypothesen uit te testen. Terzijde, deze passages in het boek zijn een leuke bonus voor lezers die weinig kaas gegeten hebben van natuurwetenschappelijk onderzoek. </p>
<p>Hoe kan je het effect meten van verschillende factoren op de groei van een jonge aanplant? Je legt drie veldjes aan met identieke jonge bomen, waarbij je de groeicondities zoveel mogelijk gelijk houdt, maar zelf een aantal meetbare verschillen introduceert. </p>
<p>Het ene veld krijgt bijvoorbeeld meer water dan het andere; of, in dit geval: op een veldje kunnen de coniferen met hun wortels onbelemmerd in contact komen met de rest van de ondergrond, terwijl dat op een ander niet het geval is. Als er na verloop van tijd duidelijke groeiverschillen optreden tussen de drie aanplanten, dan ken je de oorzaak.</p>
<p>Simard wil weten of jonge boompjes zich verbinden met zwamnetwerken om te kunnen overleven, én of inheemse planten helpen bij het leggen van de verbindingen. Haar eerste proefveldjes mislukken, deels omdat ze tegengewerkt wordt, deels omdat ze een verkeerde combinatie gebruikt – ze weet nog niet dat ze bepaalde zwammen nodig heeft. Ze houdt vol en vindt de juiste combinatie, simpelweg door ‘echte’ grond uit het bos te gebruiken – die grond bevat de juiste schimmels die bijdragen tot de groei van haar boompjes.</p>
<p>In een volgend onderzoek gaat ze na wat de effecten zijn van een courante praktijk in het bosbeheer: het ‘uitroeien’ van ‘concurrerende’ struiken en bomen.&#8230; <a href="https://boekenblog.paulverhaeghe.com/suzanne-simard/" class="read-more">Lees verder </a></p>]]></description>
										<content:encoded><![CDATA[<h1>Suzanne Simard</h1>
<h2><em>Zoeken naar de moederboom. Ontdek de wijsheid van bossen</em>.</h2>
<p style="text-indent: 0px!important; padding-top: 30px;">In <em>Het vernuft van planten</em> (zie mijn vorige bespreking) gaat de auteur uit van een klassiek Darwiniaans model, waarin planten en bomen in een dodelijke concurrentie verwikkeld zijn met elkaar om toch maar voldoende licht en ruimte te hebben. </p>
<p>In dat perspectief is de natuur een <em>zero sum game</em>: wat de ene plant wint (aan licht, ruimte en voeding), verliest een andere. Tezelfdertijd uit De Cleene herhaaldelijk zijn twijfels of deze benadering wel volstaat om het mysterie van het leven te begrijpen.</p>
<h3>Het leven is géén langgerekte concurrentieslag</h3>
<p style="text-indent: 0px!important; padding-top: 30px;">Wat ik na de lectuur van <em>Zoeken naar de moederboom</em> met zekerheid weet, is dat een lezing van het leven als één langgerekte concurrentieslag grondig fout is, zelfs in de wereld van planten, struiken en bomen. Het is een typische testosterongedreven visie van mannelijke wetenschappers, terwijl vrouwelijke onderzoekers vooral samenwerking ontdekken. </p>
<p>In de dierenwereld zijn Jane Goodall en Dian Fossey op dat vlak de meest bekende pioniers. Recent vervoegt de Canadese Suzanne Simard hun rijtje met haar levenslang onderzoekswerk naar bomen, bossen en schimmels.</p>
<p><em>Zoeken naar de moederboom</em> is een fascinerend boek, het is een van die zeldzame studies die bijdragen tot een paradigmashift in de wetenschap. Dat wil zeggen: tot een radicaal andere visie dan de courante. De lezer zal nadien nooit meer op dezelfde manier naar een verzameling bomen kijken en er hopelijk ook op een andere manier mee omgaan dan voorheen.</p>
<p style="text-indent: 0px!important; padding-top: 30px;">Wie ooit het privilege gehad heeft om de eeuwenoude levensbomen te ervaren (ervaren is echt wel het juiste woord) vergeet dat nooit. Tien jaar geleden zag ik ze in de buurt van Vancouver Island, de hoogste meer dan tachtig meter hoog (drie kerktorens op elkaar!). Sommige zijn duizend jaar oud, met een stamomtrek bij de basis van ruim twintig meter. </p>
<p>Dergelijke exemplaren zijn zeldzaam geworden, je vindt ze nog op een paar geïsoleerde eilandjes die je toen enkel met een soort waterscooter kon bereiken (het ding zag er verontrustend gammel uit; toen mijn vrouw haar twijfels uitte, luidde het laconieke antwoord van de <em></em><em>ranger</em>:‘Swimming is not part of the program’). Een nagenoeg ongerept regenwoud is pure magie, de van vochtgeuren bezwangerde lucht zorgt letterlijk voor verademing.</p>
<h3>Levenslessen van levensbomen</h3>
<p style="text-indent: 0px!important; padding-top: 30px;">Laat Suzanne Simard, hoogleraar bosecologie nu net die bossen bestuderen, in het westen van Canada (British Columbia). Geboren in 1961 groeit ze op in een familie die al een paar generaties van de houtvesterij leeft; de kennis van bosbouw en bomen krijgt ze spelenderwijs mee. </p>
<p>Haar opleiding, een bachelor bosbouwkunde, leidt tot een eerste job in dezelfde sector, in de periode waar winstmaximalisatie op korte termijn de toon zet. Hectares bos worden integraal omgehakt, herbeplanting gebeurt met de meest ‘productieve’ boomsoorten, ‘concurrerende’ bomen en struiken worden radicaal bestreden met het ondertussen infame Roundup en aanverwanten. </p>
<p>De jonge Simard moet de in slagorde aangelegde herbeplantingen controleren. Wat blijkt? De boompjes doen het rotslecht, ondanks het feit dat ze volgens de toen vigerende regels aangeplant zijn. Ze hebben meer dan voldoende licht en lucht, de wortels zitten diep genoeg in de bodem, er zijn geen concurrenten voor vocht en voedsel. Toch staan de jonge coniferen weg te kwijnen. Er klopt iets niet.</p>
<p>In de daaropvolgende periode gaat ze op zoek naar verklaringen. Wanneer ze gezonde jonge boompjes uitgraaft en vergelijkt met de wegkwijnende, ontdekt ze dat de worteltoppen van de gezonde exemplaren omstrengeld zijn met zwamdraden. </p>
<h3>Symbiose of plantaardig ‘samenleven’</h3>
<p style="text-indent: 0px!important; padding-top: 30px;">Ze herinnert zich een les uit een landbouwcursus, waar een docent verteld had over recente ontdekkingen: dat zwamwortels voedselgewassen helpen groeien omdat zij met hun fijnmazig, vaak kilometerslang netwerk, mineralen, voedingsstoffen en water konden bereiken waar de planten zelf niet bij geraakten. Op een of andere manier wisselen fungi en voedselgewassen dingen met elkaar uit. Zou hetzelfde het geval kunnen zijn tussen bomen en zwammen?</p>
<p>Het idee klinkt knettergek, en gaat om minstens twee redenen regelrecht in tegen de toenmalige dominante invulling van de evolutieleer. De heersende overtuiging poneert dat de natuur een voortdurende strijd is van alles tegen iedereen, samenwerking is voor mietjes. Als er al een vorm van wederzijdse hulp bestaat, dan gebeurt die enkel tussen familieleden (eigen genen eerst). </p>
<p>Met dergelijke opvattingen kregen egoïsme en racisme een wetenschappelijke grond, wat vanaf de jaren tachtig luidkeels gepropageerd werd door de nieuwste versie van het sociaaldarwinisme, beter bekend als het neoliberalisme (‘Greed is good!’). De komende veertig jaar zal Simard beide stellingen op grond van degelijk onderzoek weerleggen en aantonen hoe het woud één groot samenwerkingssysteem is.</p>
<p>Haar carrière start wanneer ze als bosbouwonderzoeker mag werken bij de Forest Service, waar ze de kans krijgt haar eerste hypothesen uit te testen. Terzijde, deze passages in het boek zijn een leuke bonus voor lezers die weinig kaas gegeten hebben van natuurwetenschappelijk onderzoek. </p>
<p>Hoe kan je het effect meten van verschillende factoren op de groei van een jonge aanplant? Je legt drie veldjes aan met identieke jonge bomen, waarbij je de groeicondities zoveel mogelijk gelijk houdt, maar zelf een aantal meetbare verschillen introduceert. </p>
<p>Het ene veld krijgt bijvoorbeeld meer water dan het andere; of, in dit geval: op een veldje kunnen de coniferen met hun wortels onbelemmerd in contact komen met de rest van de ondergrond, terwijl dat op een ander niet het geval is. Als er na verloop van tijd duidelijke groeiverschillen optreden tussen de drie aanplanten, dan ken je de oorzaak.</p>
<p>Simard wil weten of jonge boompjes zich verbinden met zwamnetwerken om te kunnen overleven, én of inheemse planten helpen bij het leggen van de verbindingen. Haar eerste proefveldjes mislukken, deels omdat ze tegengewerkt wordt, deels omdat ze een verkeerde combinatie gebruikt – ze weet nog niet dat ze bepaalde zwammen nodig heeft. Ze houdt vol en vindt de juiste combinatie, simpelweg door ‘echte’ grond uit het bos te gebruiken – die grond bevat de juiste schimmels die bijdragen tot de groei van haar boompjes.</p>
<p>In een volgend onderzoek gaat ze na wat de effecten zijn van een courante praktijk in het bosbeheer: het ‘uitroeien’ van ‘concurrerende’ struiken en bomen.&hellip; <a href="https://boekenblog.paulverhaeghe.com/suzanne-simard/" class="read-more">Lees verder </a></p>]]></content:encoded>
					
		
		
			</item>
		<item>
		<title>Marcel De Cleene</title>
		<link>https://boekenblog.paulverhaeghe.com/marcel-de-cleene/?utm_source=rss&#038;utm_medium=rss&#038;utm_campaign=marcel-de-cleene</link>
		
		<dc:creator><![CDATA[Paul Verhaeghe]]></dc:creator>
		<pubDate>Mon, 26 Jul 2021 11:32:43 +0000</pubDate>
				<category><![CDATA[Geen categorie]]></category>
		<guid isPermaLink="false">https://boekenblog.paulverhaeghe.com/?p=2553</guid>

					<description><![CDATA[<h2>Marcel De Cleene</h2>
<h2><em>De Naturalis Historia. Vergeten toepassingen van planten.</em></h2>
<h2><em>Het vernuft van planten.</em></h2>
<p style="text-indent: 0px!important; padding-top: 30px;"><em>Schemervluchten</em> (het vorige boek dat ik besprak) handelt bijna uitsluitend over vogels en zoogdieren. Dat is geen toeval, dieren vallen letterlijk het meest op, planten en bomen zijn achtergrond. Dat dit decor heel wat meer is dan alleen maar een decor, blijkt van zodra iemand er zich over buigt. </p>
<p>Wat doet een emeritus prof plantenkunde met een passie voor zijn onderwerp? Erover schrijven. Marcel De Cleene heeft ondertussen al veel boeken gepubliceerd over zijn passie, tijdens het coronajaar kwamen er meteen twee bij, die ik hier voor het gemak samen bespreek.</p>
<h3>De Naturalis Historia</h3>
<p style="text-indent: 0px!important; padding-top: 30px;">Het eerste combineert geschiedenis en praktische kennis. <em>De Naturalis Historia</em> is een plantenencyclopedie, in groot formaat, die gebruik maakt van historische tekeningen zoals we die kennen uit musea. In een niet eens zo ver verleden moesten biologen bij gebrek aan andere reproductiemogelijkheden hun onderzoeksobjecten kunnen tekenen en inkleuren. Het resultaat waren vaak kleine meesterwerkjes, zoals blijkt uit de illustraties bij deze atlas. </p>
<p>Historische kleurafbeeldingen tonen tweehonderdenvijftig planten, struiken en bomen in al hun pracht, van ‘aardaker’ tot ‘zwarte populier’ (de originelen liggen in de Plantentuin van Meise). In de begeleidende tekst leren we welk gebruik onze voorouders ervan maakten en hoe we daar ook vandaag nog voordeel mee kunnen doen. </p>
<p>De lezer krijgt een op ervaring gebaseerde kennis voorgeschoteld die wij grotendeels verloren zijn en vervangen hebben door technische toepassingen die we nauwelijks begrijpen en helaas ook door een op reclame gebaseerde indoctrinatie. Wij hebben het oneindig veel beter dan drie generaties geleden, maar we zijn een flink dommer geworden en vooral, vele malen minder zelfredzaam.</p>
<h3>Het vernuft van planten</h3>
<p style="text-indent: 0px!important; padding-top: 30px;">In het tweede boek, <em>Het vernuft van planten</em>, vertelt De Cleene op een onderhoudende manier over het complexe ‘gedrag’ dat sommige planten vertonen. Het feit dat wij dit als complex benoemen, zegt natuurlijk veel over onze grootheidswaanzin. </p>
<p>Wij zijn toch de enig denkende, écht denkende wezens, ver verheven boven de andere zoogdieren? Planten behoren bovendien tot de ‘lagere’ levensvormen, gespeend van alles wat wij als ‘hoger’ achten? Het merendeel van de natuurdocumentaires handelen over dieren en tonen telkens welke ingenieuze gedragingen en aanpassingen verschillende soorten ontwikkeld hebben, telkens in functie van overleving en voortplanting. Ook bij planten is dat het geval, alleen verwachten we het niet en is de algemene kennis erover veel minder verspreid.</p>
<p>Na lectuur van <em>Het vernuft</em> zal de lezer daar letterlijk een andere kijk op hebben. Een opvallende rode draad leert ons dat een aantal menselijke uitvindingen al lang toegepast worden in de plantenwereld. </p>
<p>Ons ‘gewapend beton’ vinden we terug in bomen en kruidachtigen, en sommige ingenieurs waren verstandig genoeg om leentjebuur te spelen en hun inspiratie daar te halen, met als bekendste voorbeeld het ‘Crystal Palace’ in London. Deze ijzeren serreconstructie haalde haar draagkracht uit een vorkvormig vertakte structuur vergelijkbaar met deze van de reuzenwaterlelie. Om dergelijke constructies te kunnen realiseren hebben wij rekenkracht nodig, tegenwoordig met dank aan krachtige computers. </p>
<p>Planten rekenen zelf, ze zijn ‘meesters in de meetkunde’ – de rij van Fibonacci (een getallenreeks die start met nul en één, waarbij elk volgend getal de som is van de twee vorige) is overal aanwezig. De Flora geven ons ook een les in hydraulica (hoe ga je om met water?), in thermodynamica (hoe ga je om met energie?), zelfs in aerodynamica (het eerste zweefvliegtuig is geïnspireerd op gevleugelde zaden).</p>
<p>Wij zijn overduidelijk niet de enig denkende wezens. Ooit heb ik ergens gelezen dat de mens bij de geboorte al zijn kennis kwijt is en alles opnieuw moet leren, terwijl dieren (en planten) over een aangeboren intelligentie beschikken. </p>
<p>Ik vermoed dat ik dit bij Bergson las, met zijn theorie over het ‘élan vital,’ maar ik vind het niet meer terug. Lezers die dit stuk kennis niet vergeten zijn, mogen mij altijd mailen.</p>
<p>Dat wij alles opnieuw moeten leren, wordt de voorbije jaren wel heel erg duidelijk. De mens is ongetwijfeld de slimste idioot die er rondloopt.</p>
<p>&#160;</p>
<h6>Marcel De Cleene (2021)</h6>
<h6><em>De Naturalis Historia. Vergeten toepassingen van planten.</em><br />
Gorredijk: Uitgever Sterck &#38; Devreese, 2021, 343 pagina’s.<br />
ISBN 978 90 5615 711 1</h6>
<h6><em>Het vernuft van planten.</em><br />
Gorredijk: Uitgever Sterck &#38; Devreese, 2021, 136 pagina’s.<br />
ISBN 978 90 5615 743 2</h6>]]></description>
										<content:encoded><![CDATA[<h2>Marcel De Cleene</h2>
<h2><em>De Naturalis Historia. Vergeten toepassingen van planten.</em></h2>
<h2><em>Het vernuft van planten.</em></h2>
<p style="text-indent: 0px!important; padding-top: 30px;"><em>Schemervluchten</em> (het vorige boek dat ik besprak) handelt bijna uitsluitend over vogels en zoogdieren. Dat is geen toeval, dieren vallen letterlijk het meest op, planten en bomen zijn achtergrond. Dat dit decor heel wat meer is dan alleen maar een decor, blijkt van zodra iemand er zich over buigt. </p>
<p>Wat doet een emeritus prof plantenkunde met een passie voor zijn onderwerp? Erover schrijven. Marcel De Cleene heeft ondertussen al veel boeken gepubliceerd over zijn passie, tijdens het coronajaar kwamen er meteen twee bij, die ik hier voor het gemak samen bespreek.</p>
<h3>De Naturalis Historia</h3>
<p style="text-indent: 0px!important; padding-top: 30px;">Het eerste combineert geschiedenis en praktische kennis. <em>De Naturalis Historia</em> is een plantenencyclopedie, in groot formaat, die gebruik maakt van historische tekeningen zoals we die kennen uit musea. In een niet eens zo ver verleden moesten biologen bij gebrek aan andere reproductiemogelijkheden hun onderzoeksobjecten kunnen tekenen en inkleuren. Het resultaat waren vaak kleine meesterwerkjes, zoals blijkt uit de illustraties bij deze atlas. </p>
<p>Historische kleurafbeeldingen tonen tweehonderdenvijftig planten, struiken en bomen in al hun pracht, van ‘aardaker’ tot ‘zwarte populier’ (de originelen liggen in de Plantentuin van Meise). In de begeleidende tekst leren we welk gebruik onze voorouders ervan maakten en hoe we daar ook vandaag nog voordeel mee kunnen doen. </p>
<p>De lezer krijgt een op ervaring gebaseerde kennis voorgeschoteld die wij grotendeels verloren zijn en vervangen hebben door technische toepassingen die we nauwelijks begrijpen en helaas ook door een op reclame gebaseerde indoctrinatie. Wij hebben het oneindig veel beter dan drie generaties geleden, maar we zijn een flink dommer geworden en vooral, vele malen minder zelfredzaam.</p>
<h3>Het vernuft van planten</h3>
<p style="text-indent: 0px!important; padding-top: 30px;">In het tweede boek, <em>Het vernuft van planten</em>, vertelt De Cleene op een onderhoudende manier over het complexe ‘gedrag’ dat sommige planten vertonen. Het feit dat wij dit als complex benoemen, zegt natuurlijk veel over onze grootheidswaanzin. </p>
<p>Wij zijn toch de enig denkende, écht denkende wezens, ver verheven boven de andere zoogdieren? Planten behoren bovendien tot de ‘lagere’ levensvormen, gespeend van alles wat wij als ‘hoger’ achten? Het merendeel van de natuurdocumentaires handelen over dieren en tonen telkens welke ingenieuze gedragingen en aanpassingen verschillende soorten ontwikkeld hebben, telkens in functie van overleving en voortplanting. Ook bij planten is dat het geval, alleen verwachten we het niet en is de algemene kennis erover veel minder verspreid.</p>
<p>Na lectuur van <em>Het vernuft</em> zal de lezer daar letterlijk een andere kijk op hebben. Een opvallende rode draad leert ons dat een aantal menselijke uitvindingen al lang toegepast worden in de plantenwereld. </p>
<p>Ons ‘gewapend beton’ vinden we terug in bomen en kruidachtigen, en sommige ingenieurs waren verstandig genoeg om leentjebuur te spelen en hun inspiratie daar te halen, met als bekendste voorbeeld het ‘Crystal Palace’ in London. Deze ijzeren serreconstructie haalde haar draagkracht uit een vorkvormig vertakte structuur vergelijkbaar met deze van de reuzenwaterlelie. Om dergelijke constructies te kunnen realiseren hebben wij rekenkracht nodig, tegenwoordig met dank aan krachtige computers. </p>
<p>Planten rekenen zelf, ze zijn ‘meesters in de meetkunde’ – de rij van Fibonacci (een getallenreeks die start met nul en één, waarbij elk volgend getal de som is van de twee vorige) is overal aanwezig. De Flora geven ons ook een les in hydraulica (hoe ga je om met water?), in thermodynamica (hoe ga je om met energie?), zelfs in aerodynamica (het eerste zweefvliegtuig is geïnspireerd op gevleugelde zaden).</p>
<p>Wij zijn overduidelijk niet de enig denkende wezens. Ooit heb ik ergens gelezen dat de mens bij de geboorte al zijn kennis kwijt is en alles opnieuw moet leren, terwijl dieren (en planten) over een aangeboren intelligentie beschikken. </p>
<p>Ik vermoed dat ik dit bij Bergson las, met zijn theorie over het ‘élan vital,’ maar ik vind het niet meer terug. Lezers die dit stuk kennis niet vergeten zijn, mogen mij altijd mailen.</p>
<p>Dat wij alles opnieuw moeten leren, wordt de voorbije jaren wel heel erg duidelijk. De mens is ongetwijfeld de slimste idioot die er rondloopt.</p>
<p>&nbsp;</p>
<h6>Marcel De Cleene (2021)</h6>
<h6><em>De Naturalis Historia. Vergeten toepassingen van planten.</em><br />
Gorredijk: Uitgever Sterck &amp; Devreese, 2021, 343 pagina’s.<br />
ISBN 978 90 5615 711 1</h6>
<h6><em>Het vernuft van planten.</em><br />
Gorredijk: Uitgever Sterck &amp; Devreese, 2021, 136 pagina’s.<br />
ISBN 978 90 5615 743 2</h6>]]></content:encoded>
					
		
		
			</item>
		<item>
		<title>Helen Macdonald</title>
		<link>https://boekenblog.paulverhaeghe.com/helen-macdonald/?utm_source=rss&#038;utm_medium=rss&#038;utm_campaign=helen-macdonald</link>
		
		<dc:creator><![CDATA[Paul Verhaeghe]]></dc:creator>
		<pubDate>Fri, 16 Jul 2021 12:04:24 +0000</pubDate>
				<category><![CDATA[Geen categorie]]></category>
		<guid isPermaLink="false">https://boekenblog.paulverhaeghe.com/?p=2531</guid>

					<description><![CDATA[<h2><strong>Helen Macdonald</strong><br />
<strong><em>Schemervluchten.</em></strong></h2>
<p><strong> </strong></p>
<p style="text-indent: 0px!important; padding-top: 30px;">De vakantie komt eraan, de voorbije maanden heb ik (te) veel en (te) vaak moeten lezen en schrijven over de problemen die er al zijn en wat ons nog te wachten staat. Wanneer ik dit schrijf, maken we in het zuidoosten van het land een nooit geziene regenval mee en reageert onze minister van energie op het Europese klimaatplan dat het “betaalbaar en haalbaar” moet blijven. </p>
<p>Ik heb er mijn buik van vol, ook voor een Cassandra wordt het te veel. Als rustpunt zijn er gelukkig boeken die de geneugten van mijn kindertijd oproepen, omdat ze over de natuur gaan, over beestjes in de lucht, op de grond en in het water, over planten, over bossen. Er liggen er vier te wachten.</p>
<h3>Perfect vakantieboek mét inhoud </h3>
<p style="text-indent: 0px!important; padding-top: 30px;">Het eerste in de reeks is geschreven door Helen Macdonald, bekend van <em>De H is van havik</em> (2014). Haar nieuwste boek is een verzameling van veertig korte essays, waarin ze haar ontmoetingen met een stuk natuur beschrijft: met zwanen (die in het Verenigd Koninkrijk gevangen en gemerkt moeten worden), hazen (het zijn de vrouwtjes die boksen, om mannetjes van zich af te houden), gierzwaluwen (altijd zweeft een verkenner hoog boven de zwerm, ter bescherming), herten (en dan voornamelijk botsingen met herten), migraine (de mooiste beschrijving die ik ooit las), trekvogels (migratie is overal), landschappen (vooral dat van je jeugdjaren), vogelruis (bij de eerste waarnemingen met radar dachten de operatoren ‘engelen’ of ‘geesten’ te zien – het bleken trekvogels te zijn, op hoogtes die voor onmogelijk werden gehouden).</p>
<p>De essays zijn kort en lezen vlot, dit is een perfect vakantieboek mét inhoud. De leidraad doorheen de veertig verhalen kan ik het best in haar eigen bewoordingen weergeven: “… dat we de natuurlijke omgeving altijd, onbewust, onvermijdelijk, als een spiegel van onszelf beschouwen&#8221;; en: “… van het allergrootste belang in ons hier en nu: proberen te kijken door ogen die niet de jouwe zijn.”</p>
<p>Als je er een aantal gelezen hebt, heb je zowel specifieke kennis opgedaan, over wielewalen en paddenstoelen, als kennis gemaakt met wie Helen Macdonald is. En dat valt heel goed mee. </p>
<p>Haar laatste drie essays zijn zeer persoonlijk en daardoor ook universeel. Kom niet in de verleiding ze als eerste te lezen, je hebt de aanloop nodig van de zevenendertig andere.</p>
<p>&#160;</p>
<h6><strong>Helen Macdonald (2021)</strong></h6>
<h6><strong><em>Schemervluchten.</em></strong></h6>
<h6><strong>Amsterdam: De Bezige Bij, 320 pagina’s.</strong></h6>
<h6><strong>ISBN 978 94 031 4490 0</strong></h6>]]></description>
										<content:encoded><![CDATA[<h2><strong>Helen Macdonald</strong><br />
<strong><em>Schemervluchten.</em></strong></h2>
<p><strong> </strong></p>
<p style="text-indent: 0px!important; padding-top: 30px;">De vakantie komt eraan, de voorbije maanden heb ik (te) veel en (te) vaak moeten lezen en schrijven over de problemen die er al zijn en wat ons nog te wachten staat. Wanneer ik dit schrijf, maken we in het zuidoosten van het land een nooit geziene regenval mee en reageert onze minister van energie op het Europese klimaatplan dat het “betaalbaar en haalbaar” moet blijven. </p>
<p>Ik heb er mijn buik van vol, ook voor een Cassandra wordt het te veel. Als rustpunt zijn er gelukkig boeken die de geneugten van mijn kindertijd oproepen, omdat ze over de natuur gaan, over beestjes in de lucht, op de grond en in het water, over planten, over bossen. Er liggen er vier te wachten.</p>
<h3>Perfect vakantieboek mét inhoud </h3>
<p style="text-indent: 0px!important; padding-top: 30px;">Het eerste in de reeks is geschreven door Helen Macdonald, bekend van <em>De H is van havik</em> (2014). Haar nieuwste boek is een verzameling van veertig korte essays, waarin ze haar ontmoetingen met een stuk natuur beschrijft: met zwanen (die in het Verenigd Koninkrijk gevangen en gemerkt moeten worden), hazen (het zijn de vrouwtjes die boksen, om mannetjes van zich af te houden), gierzwaluwen (altijd zweeft een verkenner hoog boven de zwerm, ter bescherming), herten (en dan voornamelijk botsingen met herten), migraine (de mooiste beschrijving die ik ooit las), trekvogels (migratie is overal), landschappen (vooral dat van je jeugdjaren), vogelruis (bij de eerste waarnemingen met radar dachten de operatoren ‘engelen’ of ‘geesten’ te zien – het bleken trekvogels te zijn, op hoogtes die voor onmogelijk werden gehouden).</p>
<p>De essays zijn kort en lezen vlot, dit is een perfect vakantieboek mét inhoud. De leidraad doorheen de veertig verhalen kan ik het best in haar eigen bewoordingen weergeven: “… dat we de natuurlijke omgeving altijd, onbewust, onvermijdelijk, als een spiegel van onszelf beschouwen&#8221;; en: “… van het allergrootste belang in ons hier en nu: proberen te kijken door ogen die niet de jouwe zijn.”</p>
<p>Als je er een aantal gelezen hebt, heb je zowel specifieke kennis opgedaan, over wielewalen en paddenstoelen, als kennis gemaakt met wie Helen Macdonald is. En dat valt heel goed mee. </p>
<p>Haar laatste drie essays zijn zeer persoonlijk en daardoor ook universeel. Kom niet in de verleiding ze als eerste te lezen, je hebt de aanloop nodig van de zevenendertig andere.</p>
<p>&nbsp;</p>
<h6><strong>Helen Macdonald (2021)</strong></h6>
<h6><strong><em>Schemervluchten.</em></strong></h6>
<h6><strong>Amsterdam: De Bezige Bij, 320 pagina’s.</strong></h6>
<h6><strong>ISBN 978 94 031 4490 0</strong></h6>]]></content:encoded>
					
		
		
			</item>
	</channel>
</rss>
